Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/II.2.4
II.2.4 Het monistische en dualistische bestuursmodel na de invoering van Boek 2 BW
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242844:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Boek 2 BW is vastgesteld bij Wet van 12 mei 1960, Stb. 1960, 205, ingevoerd bij Wet van 8 april 1976, Stb. 1976, 228 en 229 en in werking getreden op 26 juli 1976 bij Koninklijk Besluit van 22 juni 1976, Stb. 1976, 342.
Aldus ook Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/8.
In gelijke zin Calkoen 2012, p. 277.
Wet van 22 juni 2000 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de herziening van het preventief toezicht bij oprichting en wijzigingen van statuten van naamloze en besloten vennootschappen, Stb. 2000, 283. De wet is in werking getreden op 1 september 2001, Stb. 2001, 368. Een aantal richtlijnvoorschriften is bij de afschaffing in de wet opgenomen. Het uitgangspunt van de wetgever was dat richtlijnvoorschriften slechts in de wet werden opgenomen als door het vervallen van de richtlijnen leemtes in de wet zouden ontstaan. Een inhoudelijke wijziging van de voorschriften was niet beoogd, aldus toenmalig Minister van Justitie Korthals. Zie Kamerstukken II 1998/99, 26 277, 3, p. 3 (MvT).
Ik laat deze discussie verder buiten beschouwing. Zie voor een overzicht van de verschillende opvattingen Van Solinge & Nowak, Ondernemingsrecht 2002, afl. 14, p. 432-439.
Onder anderen Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 424; Bulten 2012, p. 7; Calkoen 2012, p. 310-312; Dortmond 2003, p. 120; Dumoulin, Ondernemingsrecht 2005/91; Honée 2006, p. 219; Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2000, afl. 6, p. 138-143; Strik 2010, p. 123; en Winter, Ondernemingsrecht 2001, afl. 7, p. 196. Bovenstaande auteurs bevonden zich gezelschap van de wetgever. Zie onder meer Kamerstukken II 2003/04, 29 309, 3, p. 3 (MvT); Kamerstukken II 2003/04, 29 309, 7, p. 8 (NV); Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 4 (MvT); Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 13 (NV); en Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 1-2 (MvA). Anders: Den Boogert, Ondernemingsrecht 2003, afl. 11, p. 410; De Kluiver 2004, p. 38; Oranje 2008, p. 77; en Van Veen, WPNR 2004/6565, p. 122.
De Corporate Governance Code 2003, ook wel de Code Tabaksblat genoemd, is vanaf het boekjaar beginnend op of na 1 januari 2004 van toepassing op alle beursvennootschappen met een statutaire zetel in Nederland, met uitzondering van beleggingsinstellingen die als financiële producten zijn aan te merken, zie de Nederlandse Corporate Governance Code 2003, p. 3. Hoewel de Code slechts van toepassing is op beursvennootschappen, heeft zij ook uitstraling op niet-beursvennootschappen. Zie Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/36; en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/115. De Code bevat allereerst principes. Dit zijn bepalingen die kunnen worden gezien als breed gedragen algemene opvattingen over goede corporate governance. Daarnaast bevat de Code best practice bepalingen, oftewel bepalingen die een nadere invulling aan de algemene beginselen van goede corporate governance geven. De Corporate Governance Code uit 2003 is in 2008 herzien door de Monitoring Commissie Corporate Governance Code, beter bekend als de Commissie Frijns. De Corporate Governance Code 2008 is in 2016 aangepast door de Commissie Van Manen. De Corporate Governance Code 2016 is gepubliceerd op 8 december 2016 en in het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2017 in werking getreden, zie de Nederlandse Corporate Governance Code 2016, p. 42. Op de totstandkoming van de Code uit 2016 kom ik in § II.4.6 terug.
Zie de Nederlandse Corporate Governance Code 2003, p. 6. Dit geldt eveneens voor de Nederlandse Corporate Governance Code 2008, p. 9; en de Nederlandse Corporate Governance Code 2016, p. 41.
Zie de Nederlandse Corporate Governance Code 2003, p. 6.
Fortis NV maakte deel uit van het Fortis-concern. Kenmerkend voor de structuur van dit concern was dat zij twee moedermaatschappijen had: het Nederlandse Fortis NV en het Belgische Fortis NV, zie Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2000, afl. 6, p. 138. Door de nationalisering die plaatsvond in oktober 2008, kwam de Nederlandse tak van het Fortis-concern in handen van de Nederlandse staat. Op 1 juli 2010 fuseerde Fortis NV met ABN AMRO Bank NV tot ABN AMRO Bank NV. Fortis NV hield per de fusiedatum op te bestaan. Zie uitgebreid over de structuur van Fortis NV Honée, Ondernemingsrecht 2004/108; Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2000, afl. 6, p. 138-143; en Strik 2010, p. 107-108.
Zie ook Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2000, afl. 6, p. 138.
Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2000, afl. 6, p. 138-140.
Reed Elsevier NV stond samen met Reed Elsevier Plc aan de top van het Brits-Nederlandse uitgeversconcern Reed Elsevier, dat op 1 juli 2015 is omgedoopt tot RELX Group. Op 8 september 2018 heeft de RELX Group een vereenvoudiging van de ondernemingsstructuur afgerond, met als gevolg dat de Nederlandse NV is opgegaan in de Engelse Plc. Zie voor een beschrijving van de structuur van Reed Elsevier onder anderen Calkoen 2012, p. 311-312; Honée, Ondernemingsrecht 2004/108; Metzelaar, NV 1997, afl. 75, p. 3-8; en Strik 2010, p. 110-111.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet van 22 juni 2000 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de herziening van het preventief toezicht bij oprichting en wijzigingen van statuten van naamloze en besloten vennootschappen, Stb. 2000, 283, op 1 september 2001, Stb. 2001, 368, heeft de gecombineerde vergadering, ook wel de ‘gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen’ genoemd, een wettelijke basis in Boek 2 BW, zie art. 2:78a/189a BW.
Zie Boschma e.a. 2018, p. 45, 56 en 88.
Zie Boschma e.a. 2018, p. 56.
Ook de ontwikkelingen rondom de Europese Vennootschap droegen bij aan de wijziging van de corporate governance-structuur, zie Brief van de Voorzitter en Aankondiging Vergaderingen Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 12 mei 2004, p. 10; en Unilever Jaarverslag & Jaarrekening 2003, p. 48. Zie uitgebreid over de structuur van Unilever NV Abma, Goed Bestuur. Tijdschrift over Governance 2012, afl. 3, p. 18; Honée, Ondernemingsrecht 2004/108; en Strik 2010, p. 108-110.
Zie Honée, Ondernemingsrecht 2004/108; en Metzelaar, NV 1997, afl. 75, p. 4.
Zie Unilever Jaarverslag & Jaarrekening 2003, p. 49-50. Zie ook Tabaksblat, NV 1995, afl. 73, p. 245.
Zie Unilever Jaarverslag & Jaarrekening 2003, p. 48-49.
Zie Unilever Jaarverslag & Jaarrekening 2004, p. 54.
Zie Unilever Jaarverslag & Jaarrekening 2003, p. 49; en Unilever Jaarverslag & Jaarrekening 2004, p. 54.
Zie art. 23.4 van de statuten van Unilever NV d.d. 13 mei 2004.
In 1976 zijn de bepalingen die oorspronkelijk waren neergelegd in het Wetboek van Koophandel geïncorporeerd in Boek 2 BW.1 De invoering van Boek 2 BW bracht geen noemenswaardige materiële wijzigingen in het Nederlandse vennootschapsrecht aan.2 De bepalingen inzake het bestuur en de raad van commissarissen zijn nagenoeg ongewijzigd overgegaan naar Boek 2 BW.3
Tot het begin van de eenentwintigste eeuw vonden geen ingrijpende wijzigingen plaats ten aanzien van het bestuur en de raad van commissarissen. In 2001 werden de Departementale Richtlijnen formeel afgeschaft.4 De voorschriften over functionarissen die ‘commissaris’-taken uitoefenen, zijn bij de afschaffing niet naar Boek 2 BW overgeheveld. Hoewel in de literatuur discussie bestond over de status van niet-gecodificeerde richtlijnvoorschriften,5 was de algemeen aanvaarde opvatting dat het Nederlandse vennootschapsrecht zich niet verzette tegen de hantering van het monistische bestuursmodel door niet-structuurvennootschappen.6 De Corporate Governance Code (hierna: de Code) gaf daar eveneens blijk van.7 De Code gaat weliswaar uit van een structuur waarin naast het bestuur een afzonderlijke raad van commissarissen functioneert, maar bevat daarnaast enkele voorschriften voor beursvennootschappen met een monistische bestuursstructuur.8
De opname van specifieke voorschriften voor beursvennootschappen met een one tier-structuur in de Code kwam niet geheel uit de lucht vallen. De Commissie Tabaksblat had namelijk geconstateerd dat reeds enkele beursvennootschappen een monistische bestuursstructuur kenden. Zij sloot niet uit dat deze structuur meer en meer in zwang zou komen.9
Een voorbeeld van een beursvennootschap die reeds voor de inwerkingtreding van de Code een one tier-structuur kende, is Fortis NV.10 Fortis NV kende van oudsher een dualistische structuur. Zij was niet verplicht een raad van commissarissen in te stellen, omdat zij op grond van art. 2:153 lid 3 sub b BW was vrijgesteld van de structuurregeling.11 Volgens Van den Ingh was de wijziging van de bestuursstructuur ingegeven door het feit dat de Belgische partner van Fortis NV reeds een monistische structuur kende.12
Het beursgenoteerde Reed Elsevier NV hanteerde destijds een met een one tier board vergelijkbaar bestuursmodel.13 Naast een bestuur en een raad van commissarissen kende Reed Elsevier NV een extra orgaan in de vorm van een gecombineerde vergadering van bestuur en raad van commissarissen.14 Hierdoor kon zij enerzijds vasthouden aan de traditionele scheiding tussen bestuur en toezicht en anderzijds zoveel mogelijk aansluiten bij de one tier-structuur van Reed Elsevier Plc.
Hoewel het aantal Nederlandse beursvennootschappen met een dualistische structuur nog altijd in de meerderheid is, is het aantal beursvennootschappen met een monistische structuur sinds de inwerkingtreding van de Code in opmars.15 Vooral bij Nederlandse vennootschappen met een notering buiten Nederland is het monistische bestuursmodel in trek. In juli 2017 waren 33 van de 66 beursvennootschappen met een notering buiten Nederland uitgerust met een one tier board.16
Een voorbeeld van een Nederlandse vennootschap die mede door de invoering van de Nederlandse Corporate Governance Code 2003 is overgaan op een one tier-structuur, is Unilever NV.17 Tot de statutenwijziging in 2004 bestond het bestuur van Unilever NV slechts uit ‘uitvoerende’ bestuurders. Unilever NV kende geen raad van commissarissen. Net als Fortis NV was zij op grond van art. 2:153 lid 3 sub b BW vrijgesteld van de structuurregeling.18 Het toezicht op de raad van bestuur werd uitgeoefend door een of meer adviserende leden van de raad van bestuur.19 Laatstgenoemden voorzagen de raad van bestuur voorts van onafhankelijk advies over corporate governance en bedrijfs-, sociale en economische aangelegenheden. De adviserende leden waren formeel geen lid van de raad van bestuur.20
In 2004 wijzigde Unilever NV haar corporate governance-structuur. Een belangrijke wijziging betrof de omdoping van de adviserende leden van de raad van bestuur tot niet-uitvoerende bestuurders.21 Deze wijziging had de opheffing van de functie van adviserend lid van de raad van bestuur tot gevolg.22 Na de statutenwijziging maakten de voormalige adviserende leden in de hoedanigheid van niet-uitvoerende bestuurder deel uit van het bestuursorgaan.23