Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.3.4:3.3.4 Conclusie
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.3.4
3.3.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111366:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de hand van drie perspectieven op genderdiversiteit, het economische perspectief, het functionele perspectief en het sociale rechtvaardigheidsperspectief kom ik tot de conclusie dat de invloed van diversiteit op de vennootschap niet onderschat moet worden. Waar het causale verband tussen genderdiversiteit en de economische prestatie van de vennootschap niet met zekerheid vastgesteld kan worden, geldt dit niet voor het verband tussen genderdiversiteit en de functionele prestatie van de vennootschap. Ondanks dat diversiteit functionaliteit kan bemoeilijken, concludeer ik dat deze invloed overwegend positief is. Het sociale rechtvaardigheidsargument sterkt mijn conclusie dat genderdiversiteit in de top van vennootschappen van groot belang is en door iedere vennootschap nagestreefd zou moeten worden.
Terugkomend op de huidige cijfers over de zetelverdeling tussen mannen en vrouwen in de top, gecombineerd met de conclusie dat genderdiversiteit juist strevenswaardig is voor een vennootschap, blijft de vraag waarom nog steeds geen sprake is van een evenwicht. Deze vraag tracht ik te beantwoorden vanuit cognitief perspectief: de invloed van implicit gender bias.