Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/3.5.3.5
3.5.3.5 Materialiteit versus statistische significantie
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655737:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In § 8.4.2.3 sub d kom ik over het begrip ‘statistische significantie’ nader te spreken.
Voor een heldere analyse van dit probleem verwijs ik naar Tabak & Lee 2010, p. 1-12.
Matrixx Initiatives, Inc. v. Siracusano, 563 U.S. 27 (2011). Voor een uitgebreide bespreking van deze uitspraak in de Amerikaanse literatuur verwijs ik naar Leisawitz 2011. En zie voor een beknopte bespreking van de Matrixx-uitspraak in de Nederlandse literatuur Haazen 2017, p. 83.
Matrixx Initiatives, Inc. v. Siracusano, 563 U.S. 27, 38-44 (2011).
Matrixx Initiatives, Inc. v. Siracusano, 563 U.S. 27, 39-40 (2011). De Supreme Court verwijst in dit verband naar zijn eerdere uitspraken TSC Industries, Inc. v. Northway, 426 U.S. 438, 449 (1976) en Basic v. Levinson, 485 U.S. 224, 236 (1988).
Matrixx Initiatives, Inc. v. Siracusano, 563 U.S. 27, 39 (2011).
Zie voor een toepassing van de Matrixx-uitspraak in de lagere rechtspraak onder meer de uitspraak In re Sanofi-Aventis Securities Litigation, 774 F. Supp. 2d 549 (S.D.N.Y. 2011).
Pijls 2011, p. 447-454.
Bij het beoordelen van de materialiteit van onzekere gebeurtenissen die mogelijk een grote financiële impact hebben op de toekomstige winstgevendheid van de vennootschap, kan ook het begrip statistische significantie een rol spelen.1 Zo kan de vennootschap onder meer worden geconfronteerd met de vraag of bepaalde informatie (waarover zij beschikt) die iets zegt over de kans dat een bepaald (voor de winstgevendheid belangrijk) event al dan niet zal plaatsvinden, reeds als material kan worden aangemerkt, wanneer deze informatie vooralsnog niet duidt op de aanwezigheid van een statistisch significant causaal verband. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een farmaceutisch bedrijf klachten/signalen ontvangt over de mogelijke schadelijke bijwerking van een door hem op de markt gebracht medicijn. Kan reeds sprake zijn van material information wanneer vooralsnog geen statistisch significant causaal verband is aangetoond tussen het desbetreffende medicijn en de geobserveerde klachten?2 Deze vraag was aan de orde in de uitspraak van de Supreme Court in de zaak Matrixx Initiatives, Inc. v. Siracusano (hierna: ‘Matrixx’).3 De Supreme Court beantwoordt de vraag bevestigend. Zijn oordeel komt er kort gezegd op neer dat bij het beoordelen van de materialiteit van onzekere informatie het al dan niet bestaan van een statistisch significant causaal verband geen doorslaggevende factor is.4 Of litigieuze informatie als material kan worden aangemerkt, is (volgens vaste rechtspraak) namelijk afhankelijk van alle omstandigheden van het geval en een dergelijk oordeel leent zich niet voor het toepassen van bright-line rules, aldus – geparafraseerd – de Supreme Court.5 Of al dan niet sprake is van een statistisch significant causaal verband vormt bij het materialiteitsoordeel daarom niet meer dan een enkel gezichtspunt. Zou in deze context daarentegen voor (de toepassing van) een bright-line rule worden gekozen, dan leidt dat volgens de Supreme Court tot een maatstaf die ‘over-’ of ‘underinclusive’ is.6, 7
Voor een nadere beschouwing van de Matrixx-uitspraak en de betekenis van statistische significantie voor het materiality-vereiste, verwijs ik naar een eerdere publicatie van mijn hand uit 2011.8