Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/34
34 Herhaald kort geding na toegewezen vordering
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505220:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Arnhem (vzr.) 18 december 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BH0316, r.o. 5.5.
Zie HR 21 januari 2005, NJ 2006/310.
Rechtbank Arnhem (vzr.) 18 december 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BH0316.
Zie Rechtbank Maastricht (vzr.) 29 juli 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ4326, r.o. 3.1.
Vgl. Rechtbank Arnhem (vzr.) 18 december 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BH0316, r.o. 5.6. Zie naast de reeds besproken voorbeelden Rechtbank Alkmaar 15 november 2006, ECLI:NL:RBALK:2006: BJ2915, waarin ook met behulp van art. 3:13 BW tegen een ‘kennelijk ziekelijke procedeerlust’ wordt opgetreden.
In de regel zal het de verliezende partij zijn die opnieuw een kort geding aanhangig maakt. Het kan echter ook voorkomen dat de winnaar in kort geding opnieuw procedeert, bijvoorbeeld omdat de toegewezen voorlopige voorzieningen – door eigen nalaten – hun werking hebben verloren. In een dergelijk geval oordeelde de voorzieningenrechter dat ‘eiseres een vergissing (heeft) begaan, waarvan zij zelf nadeel ondervindt omdat gedaagde op dit moment niet behoeft te voldoen aan hetgeen waartoe zij bij het eerdere kort geding vonnis is veroordeeld.’1 De voorzieningenrechter in die zaak trekt vervolgens een parallel naar de situatie van een herhaald derdenbeslag op grond van dezelfde vordering, indien de beslaglegger heeft verzuimd de buitengerechtelijke verklaring van de derde-beslagene te betwisten door de derde-beslagene binnen twee maanden te dagvaarden tot gerechtelijke verklaring ex art. 477a lid 2 Rv. De beslaglegger krijgt dan, wanneer hij abusievelijk de betwistingstermijn van twee maanden heeft laten verlopen, een herkansing, zonder dat dit moet worden aangemerkt als misbruik van bevoegdheid.2 Een nieuwe kans krijgt ook de eiser in genoemde zaak omdat hij ’ nog steeds een rechtens te respecteren belang heeft bij het vragen van de gevorderde voorzieningen.’3 Dit herstellen van verzuim is ook degene toegestaan die een spoedvoorziening in een bodemprocedure (art. 223 Rv.) afgewezen ziet, omdat hij vergeten is een spoedeisend belang te stellen. Het vervolgens starten van een kort geding met dezelfde of vergelijkbare voorzieningen vormt dan geen misbruik van procesrecht.4 Nogmaals, dit kan anders zijn indien er aanvullende, aan art. 3:13 BW te toetsen, omstandigheden zijn die op misbruik wijzen.5