Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.2.3:6.2.3 Aangifteverzuimboete aangiftebelastingen (art. 67b AWR)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.2.3
6.2.3 Aangifteverzuimboete aangiftebelastingen (art. 67b AWR)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940779:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestanddelen
Bij alle aangiftebelastingen kan er een aangifteverzuimboete worden opgelegd wegens tijdigheidsverzuimen (het niet of te laat doen van aangifte, art. 67b lid 1 AWR). Bij de loonbelasting1 kan er echter ook sprake zijn van een dergelijk verzuim als de aangifte inhoudelijke fouten bevat (dus onjuist of onvolledig is, art. 67b lid 2 AWR). Dit onderscheid heeft uiteraard gevolgen voor de te bewijzen elementen.
Vanwege de verwijzing naar art. 10 AWR in de delictsomschrijving, kan er pas sprake zijn van een tijdigheidsverzuim wanneer:
er een uitnodiging tot het doen van aangifte is gedaan;
(bij tijdvakbelastingen) het tijdvak waarover aangifte moet worden gedaan, is verstreken, dan wel
(bij tijdstipbelastingen) er een tijdstip is geweest waarop de belastingschuld is ontstaan;
en de reguliere termijn van ten minste een maand na dat tijdvak of dat tijdstip is verstreken
en – indien uitstel is verleend –
de termijn van het uitstel is verstreken
ofwel
niet (meer) aan de voorwaarden voor dat uitstel wordt of is voldaan.
Er zijn dan twee mogelijkheden:
óf de aangifte is na het verstrijken van de (uitstel)termijn helemaal niet gedaan (waaronder ook de gevallen zijn te begrijpen waarin er een aangifte is gedaan die niet voldoet aan de eisen van art. 8 AWR2),
óf de aangifte is wél gedaan, maar pas na het verstrijken van de (uitstel)termijn.
Zoals gezegd, kan voor wat betreft de loonbelasting ook een aangifteverzuimboete worden opgelegd bij inhoudelijke fouten in de aangifte. Van een dergelijk verzuim is sprake wanneer:
de aangifte onjuist of onvolledig is.
Opmerkingen
Naar mijn mening gelden de eerste drie opmerkingen ter zake van de aangifteverzuimboete bij aanslagbelastingen, gemaakt in paragraaf 6.2.2 hiervoor, evenzeer voor de aangifteverzuimboete van art. 67b AWR (ter zake van een niet of niet tijdig gedane aangifte).
Bij de aangiftebelastingen geldt voor het opleggen van een boete wegens niet tijdige indiening echter niet het vereiste dat er vooraf een aanmaning met daarin een aanvullende termijnstelling moet zijn verzonden, zoals bij de aanslagbelastingen wel het geval is.