Verzekering verzekerd?
Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.6.3.3:2.6.3.3 Verzekeringsgerelateerde nevenactiviteiten
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.6.3.3
2.6.3.3 Verzekeringsgerelateerde nevenactiviteiten
Documentgegevens:
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS618595:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:36 lid 2 sub a Wft.
Art. 3:36 lid 4 Wft.
Boshuizen & Jager 2010, p. 100-101.
Zie hierover nader paragraaf 2.7.
Boshuizen & Jager 2010, p. 114.
HvJ 20 april 1999, C-241/97, NJ 1999, 747, r.o. 47 en HvJ 21 september 2000, C-109/99, ECLI:EU:C:2000:483, r.o. 58.
Zie KB 7 januari 1931, nr. 34 en KB 11 juli 1949, Stb. J 305, naar welke uitspraken verwezen wordt in Boshuizen & Jager 2010, p. 101.
Boshuizen & Jager 2010, p. 102-105.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Daarentegen mag elk type verzekeraar handelsactiviteiten verrichten die voortvloeien uit diens verzekeringsbedrijf en mag een levensverzekeraar het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uitoefenen zonder specifieke vergunning.1 Op deze verzekeraar zijn de bepalingen met betrekking tot de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar van toepassing, ook als hij uitsluitend het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uitoefent.2
Bovendien kunnen enkele van de branches van het levensverzekeringsbedrijf niet tot het eigenlijke verzekeringsbedrijf worden gerekend en zijn daarom te beschouwen als door de wet toegelaten vormen van nevenbedrijf.3 Zo is ‘deelneming in spaarkassen’ één van de branches binnen het levensverzekeringsbedrijf. Hierbij loopt de verzekeraar – in tegenstelling tot een ‘gewone’ levensverzekering – geen verzekeringstechnische risico’s of beleggingsrisico’s;4 de deelnemers leggen geld in en de uitkeringen worden voornamelijk bepaald door het sterfteverloop.5 Buiten dit wettelijk kader om moet worden teruggevallen op jurisprudentie. De jurisprudentie op dit punt is schaars en erg casuïstisch van aard. Het Hof van Justitie bepaalde in het Skandia-arrest en in het arrest Association basco-béarnaise des opticiens indépendants dat het houden van aandelen in naamloze vennootschappen die hun handelsactiviteit buiten het verzekeringsbedrijf uitoefenen, geen verboden nevenactiviteit oplevert.6 Ruim voor deze arresten van het Hof van Justitie bepaalde de Kroon daarentegen dat het verstrekken van leningen door spaarkasverzekeraars aan haar deelnemers wel een verboden nevenactiviteit oplevert, omdat dat geen normale beleggingsactiviteit van een verzekeraar is.7
Daarnaast heeft DNB in de loop der jaren beleid ontwikkeld met betrekking tot de vraag welke handelsactiviteiten wel en welke niet in strijd komen met het verbod op het uitoefenen van een nevenbedrijf. Dit beleid is niet integraal gepubliceerd door DNB, maar is af te leiden uit diverse losse publicaties. Door Boshuizen en Jager zijn de beleidspunten in een overzicht opgenomen in hun boek Verzekerd van toezicht.8 Hier wordt volstaan met een verwijzing naar dit overzicht.