Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/5.6:5.6 Conclusie
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/5.6
5.6 Conclusie
Documentgegevens:
Paul Schoukens & Saskia Montebovi, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Paul Schoukens & Saskia Montebovi
- JCDI
JCDI:ADS288497:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoe krijgen we platformarbeid op de best mogelijke wijze geïntegreerd in onze bestaande sociale zekerheid? De vraag overstijgt het kwalificatievraagstuk (of de platformwerker nu werknemer is dan wel zelfstandige). Arbeidsgerelateerde sociale zekerheid vertrekt nog te vaak van de standaard arbeidsrelatie. Flexibele werkvormen zoals platformarbeid vragen aangepaste oplossingen, zowel aan de financieringszijde als aan de uitkeringszijde. Wellicht is de recent uitgevaardigde EU Aanbeveling inzake toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen in deze nog het allerduidelijkst: gestreefd moet worden naar een gelijkwaardige bescherming voor alle beroepsactieve personen, ongeacht het achterliggende statuut of de concrete werkvorm waarin men zijn arbeid organiseert.1 Tegelijkertijd moet echter rekening gehouden worden met de eigenheid van de verschillende beroepsgroepen, zodat de regelgeving voldoende kan aansluiten bij de eigen manier van werken van de verschillende groepen (zelfstandigen, platformarbeid). Het is dus zoeken naar een evenwicht tussen gelijkwaardige bescherming voor alle werkenden en het garanderen van een aangepaste bescherming in lijn met de eigenheid van elke beroepsgroep waar dit nodig is. Het zoeken naar dit evenwicht tussen gelijkwaardigheid en eigenheid staat centraal in die EU-aanbeveling inzake toegang tot sociale bescherming.2 Het vraagt in de eerste plaats om arbeidsvormneutrale basisregelingen, maar zal in een aantal gevallen ook moeten voorzien in toepassingsregels of uitvoeringsregelingen die voldoende arbeidsspecifiek zijn. Bij dit laatste zullen beleidsmakers en regelgevers de nodige creativiteit aan de dag moeten leggen. Dat het mogelijk is platformwerkers te integreren, daarvan getuigen alvast enkele nationale regelingen die op het vlak van financiering en uitkeringen aangepaste regelingen hebben uitgevaardigd.
Bij de financieringsparagraaf bleek de grote nood aan een passend fiscaal stelsel dat de inkomsten uit digitale platforms kan belasten op een correcte manier. Vele belastingstelsels zijn nog niet toegerust op de inkomsten uit de platformeconomie. Maar de opkomst van digitale platforms en bijgevolg de toename van niet-standaard arbeid zorgen ervoor dat steeds meer burgers te maken hebben met de complexe vraag hoe hun inkomsten moeten worden gekwalificeerd.3 Ook in Nederland bestaat het risico dat steeds meer belastingplichtigen hun inkomsten niet goed, niet volledig of helemaal niet aangeven. Voor Nederland betekent dit een vergroot risico op uitholling van de ontvangsten uit de inkomstenbelasting, de premies werknemersverzekeringen en volksverzekeringen.4 Onder meer om die reden is het Ministerie van Financiën in Nederland in 2019 met een grootschalig traject gestart waarbij gezocht wordt naar bouwstenen en beleidslijnen voor een toekomstig fiscaal stelsel. Het ministerie heeft zich hierbij met open vizier gericht op de platformeconomie in zijn vele facetten en zich ook laten inspireren door buitenlandse voorbeelden. Bovendien benadrukken de rapporten dat administratieve en fiscale samenwerking van overheden binnen en buiten Europa niet meer weg te denken is. De platforms en de platformwerkenden hebben vaak geen fysieke binding met één nationale entiteit, en dus moet ook de wetgeving grensoverschrijdend zijn. Dat houdt in dat landen hun nationale fiscale wetgeving moeten kunnen laten opereren in een nationale én internationale context. Een bepaalde vorm van harmonisering van regels (EU, OESO) moet deze werkwijze ondersteunen.
Aan de uitkeringskant zagen we dat het onregelmatige karakter van platformwerk soms leidt tot de niet-beschikbaarheid van een uitkering. In Nederland echter is het sociale stelsel wel in staat om niet-standaard werk te integreren en een pro-rata-uitkering blijkt vaak wel mogelijk, tenminste voor de platformwerker met een werknemersstatuut. Voor de zelfstandige (platform)werker blijft de sociale bescherming voorlopig nog beperkt tot de volksverzekeringen, maar uitbreidingen van dat pakket liggen in het verschiet (verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering en extra pensioen). Als bovendien het belastingstelsel wordt hervormd, kunnen zowel werknemers als zelfstandigen, platformwerker of niet, zich correct conformeren aan de regels en zo zorgen voor een duurzaam sociaal stelsel dat voldoende gevoed wordt door sociale bijdragen.