De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.7:4.3.7 Gezagsverhouding tussen het bevoegd gezag en een zelfstandige of uitzendkracht
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.7
4.3.7 Gezagsverhouding tussen het bevoegd gezag en een zelfstandige of uitzendkracht
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949407:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7:690 van het BW.
G.W. van der Voet, Arbeidsrechtelijke themata – Bijzondere rechtsverhoudingen, Den Haag: Boom Juridisch 2021, p. 459.
Artikel 7:402 van het BW.
Said 2017, p. 59.
Said 2017, p. 58.
Said 2017, p. 58-59.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast werknemers kunnen leraren ook als zelfstandige of als uitzendkracht werkzaam zijn voor het bevoegd gezag. Het is de vraag in hoeverre tussen hen en het bevoegd gezag een gezagsverhouding bestaat en of het bevoegd gezag hen instructies kan geven. Hierna wordt eerst ingegaan op de uitzendkracht, daarna wordt de verhouding tussen het bevoegd gezag en een zelfstandige beschreven.
Een uitzendkracht is werkzaam voor een uitzendbureau, dit is zijn werkgever. Hij werkt evenwel doorgaans voor een langere periode bij een opdrachtgever. Er bestaat dan een overeenkomst van opdracht tussen het uitzendbureau en de opdrachtgever. De opdrachtgever is in dit geval het bevoegd gezag. Uit artikel 7:690 van het BW vloeit voort dat de uitzendkracht zijn werk verricht onder leiding en toezicht van de opdrachtgever.1 Aangenomen wordt dat dit op hetzelfde neerkomt als het gezag dat een werkgever heeft ten aanzien van een werknemer op grond van artikel 7:610 van het BW.2
Een andere mogelijkheid is dat de leraar voor het bevoegd gezag werkzaam zijn als zelfstandige. De zelfstandige is in dit geval met de opdrachtgever een overeenkomst van opdracht aangegaan. Het verschil tussen de overeenkomst van opdracht en de arbeidsovereenkomst is dat aan de zelfstandige geen instructies worden gegeven door het bevoegd gezag. Tussen hen bestaat dan ook geen gezagsverhouding. Wel kunnen door het bevoegd gezag aanwijzingen worden gegeven aan de zelfstandige.3 Said schrijft dat de grens tussen instructies en aanwijzingen schemerachtig is.4 Dit geldt met name bij beroepen waarbij de beroepsbeoefenaar door de aard van de functie een grotere mate van vrijheid heeft bij het uitoefenen van de werkzaamheden. Evenwel kan aangenomen worden dat het bevoegd gezag een zelfstandige aanwijzingen kan geven in materiële zin.5 Dit zijn aanwijzingen die zien op de inhoud van het werk. Anders dan bij een werknemer kan het bevoegd gezag geen aanwijzingen in formele zin geven. Dit zijn aanwijzingen die zien op meer organisatorische aspecten. Hoever de aanwijzingsbevoegdheid reikt zal evenwel sterk afhangen van de omstandigheden van het geval.6 Wel is duidelijk dat het bevoegd gezag ook aan de zelfstandige instructies kan geven deze instructiebevoegdheid strekt evenwel minder ver dan bij een werknemer.