Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/10.1.2
10.1.2 Stelling 2. De verzetregeling in de Nederlandse toezichtrechtelijke regeling dient behouden te blijven, maar het is wel wenselijk daarin enkele verbeteringen door te voeren om de positie van de polishouder te verbeteren.
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949887:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 6.10.
Zie hoofdstuk 9.1.
Idem Boshuizen en Jager 2010, p. 239: “Een opzegrecht zoals bij schadeverzekeringen zou bij de meeste levensverzekeringen om meerdere redenen niet zinvol zijn. Ten eerste is doorgaans sprake van een opgebouwd kapitaal. Voorts geldt ook dat indien sprake is van een risico-element dat een nieuwe verzekeraar, vanwege hogere dan oorspronkelijke leeftijd van het lijf, een hogere premie zal verlangen. Opzegging betekent dan per definitie een nadeel voor de polishouder.”
Zie hierover hoofdstuk 1.7.
De polishouders van de polissen die worden overgedragen hebben bij de overdracht van een verzekeringsportefeuille door een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar op grond van art. 3:119 Wft een verzetrecht. Indien een vierde of meer van de betrokken polishouders zich binnen de door DNB gestelde termijn (meestal 30 dagen na de publicatie in de Staatscourant) tegen de voorgenomen overdracht heeft verzet, verleent DNB geen instemming. Dan kan de overdracht dus geen doorgang vinden.
Ik heb geen aanwijzingen kunnen vinden dat zich in de praktijk ooit de situatie heeft voorgedaan dat een overdracht van levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen niet heeft plaatsgevonden, omdat een vierde of meer van de polishouders zich tegen de voorgenomen overdracht heeft verzet.1 Overigens zijn er ook maar twee andere lidstaten in de Europese Economische Ruimte waarin een polishouder zich voorafgaand aan een portefeuilleoverdracht kan verzetten of waar voor de overdracht van een verzekeringsovereenkomst de toestemming van de polishouder vereist is (Litouwen en Griekenland).2
Dit zou al snel tot de gedachte kunnen leiden, dat het verzetrecht maar beter vervangen kan worden door een opzegrecht. Het alsnog in de Wft toekennen van een opzegrecht aan deze polishouders (in plaats van een verzetrecht) zou hun positie echter weinig verbeteren.3 Aan het doen afkopen van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen zitten immers, mede door de aard van deze verzekeringen, nogal wat haken en ogen.4
Ik denk daarom dat vanuit een ander perspectief naar het verzetrecht moet worden gekeken. Het verzetrecht geeft polishouders de gelegenheid om al voorafgaand aan het instemmingsbesluit van DNB aan de betrokken verzekeraars en DNB te laten weten wat zij van de portefeuilleoverdracht vinden. DNB kan de opvattingen van polishouders dan ook meewegen in de uiteindelijke besluitvorming. Het is niet uit te sluiten dat polishouders gezichtspunten aandragen die tot dan toe nog (te) weinig aandacht hebben gehad. Zo bezien bevat de Nederlandse toezichtrechtelijke regeling eigenlijk een geavanceerd systeem waarin polishouders al een rol toebedeeld krijgen in het stadium van het proces waarin nog geen formeel besluit is genomen.
Het zou dan wel zo moeten zijn dat alle polishouders op de hoogte zijn van de voorgenomen portefeuilleoverdracht, het verzetrecht en de verzettermijn. Hoofdstuk 10.3 bevat een uiteenzetting over verbetering van de informatievoorziening aan polishouders. Hoofdstuk 10.4 bevat de desbetreffende aanbevelingen. Daartoe behoren óók meerdere aanbevelingen om het voor de verzekeraar makkelijker te maken om individuele kennisgevingen te versturen. Ook de kring van personen die het verzetrecht kan uitoefenen behoeft nadere aandacht. Verder zou DNB vanuit de gedachte dat het verzetrecht de polishouders “een stem” geeft bij de voorbereiding van het besluit ook verplicht moeten zijn om elke polishouder die zich op grond van art. 3:119 Wft schriftelijk verzet tegen een door zijn levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar voorgenomen portefeuilleoverdracht, in de gelegenheid te stellen door DNB te worden gehoord.