Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/4.6.1
4.6.1 Inleidende opmerkingen
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS300395:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Zoals nog zal blijken uit par. 9.4 in combinatie met de bijlage achter hoofdstuk 9, par. 3, was het mijns inziens zuiverder geweest de bedrijfsmatige gebruiker niet onder te brengen in art. 6:181 maar in art. 6:173, 174 en 179, en de bezitter niet in deze laatste drie artikelen maar in art. 6:181. Alsdan zou niet alleen duidelijk(er) zijn dat de aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker ‘voorop’ staat, maar zouden bovendien de persoon van de bedrijfsmatige gebruiker en de aansprakelijkheidsgronden (zoals de ‘gebrekkigheid’ en ‘eigen energie) zich in dezelfde artikelen hebben bevonden.
Omdat op het gebied van de aansprakelijkheid voor zaken in afd. 6.3.2 BW de aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker ‘voorop’ staat en die van de bezitter slechts dienst doet als ‘vangnet’, wordt in het vervolg van deze studie dit stelsel niet langer aangeduid met art. 6:173, 174, 179jo. 181 maar met art. 6:181 jo. art. 6:173, 174 en 179. Hierbij moet bedacht worden dat de aansprakelijkheid van de in art. 6:181 bedoelde bedrijfsmatige gebruiker in de verhouding met de in art. 6:173, 174 en 179 genoemde bezitter weliswaar ‘voorop’ staat, maar zonder dit drietal artikelen niet kan functioneren. Wanneer art. 6:181 toepasselijk is, wordt namelijk alleen aan de persoon van de bezitter uit art. 6:173, 174 en 179 niet toegekomen. De materiële voorwaarden die dit drietal artikelen stelt voor de vestiging van de respectieve aansprakelijkheden blijven ook in het geval van bedrijfsmatig gebruik relevant. Denk vooral aan het in art. 6:173 en 174 opgenomen gebreksvereiste en het vereiste van de ‘eigen energie’ waarom art. 6:179 scharniert. De aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker van een roerende zaak, opstal of dier is in het voorkomende geval daarom niet te gronden op art. 6:181 alléén, maar berust telkens op een combinatie met (de aansprakelijkheidsgronden van) art. 6:173, 174 en 179.1 De verhouding tussen de bedrijfsmatige gebruiker en bezitter die uit mijn analyse naar voren komt, is echter niet enkel van dogmatisch belang maar heeft naar mijn mening om meerdere redenen ook praktische betekenis.