De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.4.4.2:4.4.4.2 Afdwingbaarheid
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.4.4.2
4.4.4.2 Afdwingbaarheid
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS388598:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. St. Kamer 2000/01, nr. 1211/1, p. 56.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet verplicht de raad van bestuur de namen van de kandidaten aan de ondernemingsraad ter kennisgeving mede te delen. De mededeling kan, maar hoeft niet van een motivatie te zijn voorzien. De wet legt geen termijnen op met betrekking tot het doen van de mededeling, evenmin is voorgeschreven in welke vorm de mededeling dient te geschieden. Louter is bepaald dat de kennisgeving dient te geschieden voorafgaand aan de benoeming door de algemene vergadering. Dit kan feitelijk de dag daarvoor zijn.
De ondernemingsraad heeft niet de gelegenheid over de voorgenomen benoeming een standpunt in te nemen. De Raad van State merkte tijdens de parlementaire behandeling terecht op dat de ondernemingsraad de namen van de kandidaten slechts ter kennisgeving ontvangt, zonder dat hem enige inspraak toekomt.1 Van enige actieve rol van de ondernemingsraad bij de benoeming van de onafhankelijke bestuurders is geen sprake. Bovendien is op overtreding van de mededelingsplicht geen sanctie gesteld. De nietigheidsgronden van art. 64 W.Venn. bieden evenmin soelaas. Hoewel ingevolge art. 64 sub 1 W.Venn. een besluit van de algemene vergadering nietig is wegens enige onregelmatigheid naar de vorm waardoor het genomen besluit is aangetast, is vereist dat de eiser aantoont dat de begane onregelmatigheid het genomen besluit had kunnen beïnvloeden. Aan deze laatste eis kan de ondernemingsraad niet voldoen, nu hem slechts een informatierecht toekomt. Ook een vordering in kort geding tot naleving van art. 524 W.Venn. is weinig zinvol. Zo vindt voorafgaand aan de benoeming (nog) geen schending plaats. Het bestuur kan tot de laatste dag voor de algemene vergadering de informatie verstrekken. De schending is er wel nadat de algemene vergadering tot de benoeming is overgegaan. Op dat moment ontbreekt evenwel enig belang omdat de ondernemingsraad reeds door de benoeming van de kandidatuur op de hoogte is geraakt.