Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.2.2
6.2.2 Het klassieke onderscheid
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186648:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 24 maart 1916, NJ 1916, p. 579 (Afkalvende koe), zie ook de noot van Meijers inWPNR 1916/2431, de reactie van Vos in WPNR 1916/2439 en het naschrift van Meijers in WPNR 1916/2439. Zie verder HR 30 september 2016, JOR 2016/354 (Schonk-Hooghuis/ Bijlhout), r.o. 3.6.2, Ruygvoorn 2017, p. 3 en Stolz 2015, p. 112. Vgl. naar Duits recht Bitter 2000, p. 399.
Zie ook par. 6.1.3.
Onzekerheid of de gebeurtenis plaats zal vinden binnen een bepaald tijdvak daaronder begrepen.
302. Het klassieke onderscheid tussen een tijdsbepaling en een voorwaarde is het onderscheid tussen aan de ene kant gebeurtenissen waarvan zeker is dat zij zullen plaatsvinden en hooguit onzeker is wanneer dat zal zijn en aan de andere kant gebeurtenissen waarvan onzeker is of zij ooit plaats zullen vinden.1
Een niet-opeisbare verbintenis is een verbintenis waarvoor een tijdstip van nakoming is bepaald dat nog niet is aangebroken.2 Dat tijdstip kan worden bepaald door het te koppelen aan een gebeurtenis waarvan zeker is dat die in de toekomst plaats zal vinden, zoals het aanbreken van een bepaalde datum of de volgende keer dat er in Nederland een westerstorm opsteekt. Het hoeft niet zeker te zijn wanneer de gebeurtenis waaraan de tijdsbepaling is gekoppeld plaats zal vinden.
Een verbintenis onder opschortende voorwaarde is een verbintenis waarvan de werking is opgeschort totdat een toekomstige onzekere gebeurtenis plaatsvindt.3 De onzekerheid rondom deze gebeurtenis bestaat daarin dat onzeker is of de gebeurtenis plaats zal vinden.4