Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/4.2.4:4.2.4 Tussenconclusie: attribueren, delegeren of mandateren aan initiatieven
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/4.2.4
4.2.4 Tussenconclusie: attribueren, delegeren of mandateren aan initiatieven
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248464:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als gemeentebesturen initiatieven juridische zeggenschap willen laten uitoefenen in het publieke domein, dan dienen zij gebruik te maken van attributie, delegatie of mandaat. Deze instrumenten bieden mogelijkheden, maar stellen tegelijkertijd zowel qua vorm als inhoud grenzen aan het uitoefenen van zeggenschap door burgerinitiatieven. Een van de voor de praktijk belangrijkste beperkingen is dat er alleen bevoegdheden kunnen worden geattribueerd of gedelegeerd aan organen die genoemd zijn in een wet in formele zin. Concreet komt dit gesloten stelsel van bevoegdheidsverdeling erop neer dat bijvoorbeeld een initiatief als de Coöperatieve Wijkraad alleen over eigen publiekrechtelijke bevoegdheden kan beschikken wanneer het wordt ingesteld als bestuurscommissie in de zin van artikel 83 Gemeentewet. Zoals hierna uitgebreid zal worden toegelicht, wordt het daardoor automatisch een onderdeel van de gemeentelijke overheid en is publiekrechtelijke normering van toepassing. Mocht dit passen in de opzet van een initiatief, dan kan er door middel van delegatie serieuze zeggenschap worden overgedragen. Kanttekening daarbij is nog wel dat de aard van de bevoegdheid zich niet tegen delegatie mag verzetten. Daarvan is sprake wanneer (a) de wetgever de bedoeling heeft gehad de bevoegdheid exclusief aan een orgaan toe te kennen, (b) delegatie leidt tot scheve verhoudingen tussen het delegerende orgaan en het orgaan dat de bevoegdheid gedelegeerd krijgt en (c) voor het uitoefenen van de bevoegdheid een bijzondere legitimatie of taakomschrijving vereist is.
Wanneer een initiatief geen bestuurscommissie wenst te zijn, dan kan het in beginsel gemandateerd worden om bepaalde bevoegdheden uit te oefenen. Voor mandaat is namelijk geen wettelijke grondslag vereist en mandaat kan eventueel ook worden verleend aan niet-ondergeschikte niet-publieke actoren. Het is alleen de vraag welke bevoegdheden in dat geval nog voor mandaat in aanmerking komen. Mandaat kan namelijk niet worden verleend wanneer de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Sommige bevoegdheden verzetten zich in algemene zin, en komen überhaupt niet voor mandaat in aanmerking. Andere kunnen zich in concreto tegen mandaatverlening verzetten. In de afweging of dat het geval is, weegt de positie van de gemandateerde zwaar mee. Een positie buiten de overheid zal niet bevorderlijk zijn voor een positieve uitkomst. Bij dit alles moet in het achterhoofd worden gehouden dat hoewel de mandaatfiguur eventueel zou kunnen worden aangewend om initiatieven buiten de overheid in staat te stellen zeggenschap uit te laten oefenen in het publieke domein, het instrument hier zeker niet voor in het leven is geroepen. Ook over de band van mandaat zijn daarom de mogelijkheden om initiatieven zeggenschap in het publiek domein te geven zonder het als onderdeel van de overheid te organiseren naar alle waarschijnlijkheid zeer beperkt.