Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/390
Bescherming van de consument. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Toetsingsbevoegdheid en verplichtingen van de nationale rechter. Boetebeding. Geen ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van dat beding. Gezag van gewijsde. Doeltreffendheidsbeginsel. Beroep op het oneerlijke karakter van een contractueel beding in het kader van een na cassatie terugverwezen zaak.
HvJ EU 18-12-2025, ECLI:EU:C:2025:993 (Soledil)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
18 december 2025
- Magistraten
I. Jarukaitis, N. Jääskinen, R. Frendo
- Zaaknummer
C-320/24
- Conclusie
A-G N. Emiliou
- Roepnaam
Soledil
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2025:993, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 18‑12‑2025
ECLI:EU:C:2025:469, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 19‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
CR en TP tegen Soledil Srl.
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte suprema di cassazione (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Italië) bij beslissing van 26 april 2024.
Bescherming van de consument. Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Toetsingsbevoegdheid en verplichtingen van de nationale rechter. Boetebeding. Geen ambtshalve toetsing van het oneerlijke karakter van dat beding. Gezag van gewijsde. Doeltreffendheidsbeginsel. Beroep op het oneerlijke karakter van een contractueel beding in het kader van een na cassatie terugverwezen zaak.