Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.6.1
II.6.1 Inleiding
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille
- JCDI
JCDI:ADS299512:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
R.H. de Bock ‘Grip op kwaliteit; een model voor inhoudelijke kwaliteit van rechterlijke beslissingen’ voor de Jaarvergadering van de Nederlandse JuristenVereniging, 12 juni 2015 te Zwolle, Handelingen NJV, 145e jaargang/2015-1, Deventer: Wolters Kluwer 2015, p. 27-140
Het beeld dat uit de gesprekken met ervaringsdeskundigen naar voren komt, is onvermijdelijk enigszins impressionistisch en uiteraard niet representatief, maar het bood ons meer dan voldoende aangrijpingspunten voor een analyse van de kwaliteit van bestuursrechtelijke geschilbeslechtingsprocedures anno 2017.
De komende drie hoofdstukken zijn gewijd aan de procedure bij de bestuursrechter. In dit hoofdstuk maken we de stand op van de bestuursrechtspraak anno 2017, in de hoofdstukken 7 en 8 kijken we naar de toekomst. Hoe kunnen toekomstige ontwikkelingen, met name op het terrein van de digitalisering bijdragen aan een zo goed mogelijke taakuitoefening door de bestuursrechter? Voor we ingaan op die vragen, kijken we hoe het staat het met de kwaliteit van de bestuursrechtspraak anno 2017. In hoofdstuk 3 zijn zes problemen de revue gepasseerd waar de bestuursrechtpraak een decennium geleden mee kampte. Zijn die verergerd, verminderd, opgelost?
Wie zoekt naar een kader ter beantwoording van de vraag naar de kwaliteit van de bestuursrechtspraak, stuit onvermijdelijk op het preadvies dat De Bock twee jaar geleden voor de NJV schreef en waarin zij een model voor de inhoudelijke kwaliteit van rechterlijke beslissingen schetst.1 De Bock onderscheidt drie kwaliteitseisen: ambachtelijkheid, rechtvaardigheid en effectiviteit. De discussie over de taakopvatting van de bestuursrechter en het functioneren van de bestuursrechtspraak concentreert zich vooral op het eerste en laatste kwaliteitsaspect, ambachtelijkheid en effectiviteit. De Bock verstaat onder ambachtelijkheid dat sprake is van een deugdelijk feitenonderzoek, dat een zaak een volwaardige mondelinge behandeling kent, dat rechtsregels deskundig worden toegepast en dat de motivering van de uitspraak begrijpelijk en overtuigend is. Onder effectiviteit verstaat ze dat geschillen tijdig en finaal worden beslecht en dat de beslissing van de rechter over het geschil bijdraagt aan de oplossing van het onderliggende probleem of conflict dat partijen verdeeld houdt.
Elk van de door ons in hoofdstuk 3 (3.4.2) genoemde zorgen over de bestuursrechtspraak heeft te maken met een of meerdere van de door De Bock genoemde kwaliteitseisen. Problemen die er in de bestuursrechtspraak zijn op het punt van tijdigheid, finaliteit, probleemoplossend vermogen en acceptatie kunnen in verband worden gebracht met de door De Bock onderscheiden eis van effectiviteit, problemen rond maatwerk en communicatie met de eis van ambachtelijkheid. Het preadvies van De Bock gebruiken wij als toetssteen voor onze bevindingen over de stand van de bestuursrechtspraak. Steeds wanneer in het vervolg van dit hoofdstuk een bepaald aspect van het functioneren van de bestuursrechtspraak aan de orde is, refereren we aan wat De Bock daar in haar model over stelt.
Net als in de voorgaande twee hoofdstukken baseren we ons in dit hoofdstuk zowel op informatie uit interviews met (ervarings)deskundigen als op inzichten uit de literatuur.2 Voor wat betreft die laatste bron hebben we gericht gezocht naar informatie over de verschillende problemen die in de afgelopen decennia in de bestuursrechtspraak speelden. In de gesprekken waren die problemen uiteraard ook aan de orde, maar we hebben de gesprekken ook benut om onze gesprekspartners te vragen naar hun visie op het functioneren van de bestuursrechtspraak in vergelijking met de stand van zaken in de andere rechtsgebieden en naar hun verwachtingen over de toekomst. We starten daarom met een paragraaf waarin we de meer algemene observaties van onze gesprekspartners een plaats geven.