Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.3.2.5:5.3.2.5 Achterstelling en voorrang
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.3.2.5
5.3.2.5 Achterstelling en voorrang
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186706:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over die relativiteit par. 5.2.3.6 en over de rangorde in dergelijke gevallen nader par. 9.2.2.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
170. Het kan voorkomen dat één verhaalsrecht zowel in rang is verhoogd als verlaagd, bijvoorbeeld omdat een vordering met een voorrecht contractueel wordt achtergesteld. Dan moet door uitleg van de achterstelling en de voorrang worden bepaald wat de ‘uiteindelijke’ rang van het achtergestelde verhaalsrecht is. De achterstelling doet de voorrang tenietgaan voor zover de junior beoogt met de achterstelling de rang te verlagen die zijn verhaalsrecht aan de voorrang ontleent.
Een algemene achterstelling verlaagt de rang ten opzichte van alle andere verhaalsgerechtigden en doet dus de voorrang volledig tenietgaan. Dan wordt immers de onderlinge rangverhouding tussen de achtergestelde vordering en elk ander verhaalsrecht op hetzelfde vermogen bepaald door de achterstelling. De juniorvordering neemt steeds een lagere rang.
Het is ook mogelijk dat het betreffende verhaalsrecht door de voorrang een hogere rang heeft dan sommige vorderingen, maar door de achterstelling een lagere rang heeft dan andere vorderingen. Dit is bijvoorbeeld het geval als een pandhouder zijn vordering specifiek achterstelt. Dan ontleent hij aan zijn pandrecht voorrang boven alle andere verhaalsgerechtigden dan de senior, terwijl zijn verhaalsrecht door de achterstelling een lagere rang heeft dan het verhaalsrecht van de seniorschuldeiser. Hier toont zich de relativiteit van de rang van verhaalsrechten.1