Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/2.5.5:2.5.5 De behoefte aan het recht van pandgebruik in het Romeinse recht
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/2.5.5
2.5.5 De behoefte aan het recht van pandgebruik in het Romeinse recht
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264407:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor zagen we dat de vroegste ons bekende Romeinsrechtelijke bronnen over het recht afkomstig zijn uit de derde eeuw. De opkomst van het recht van pandgebruik liep samen met de neergang van de Romeinse economie. Mijn verklaring hiervoor is dat deze economische crisis de behoefte aan het recht van pandgebruik veroorzaakte.1 De zekerheidswaarde van het recht van pandgebruik zat in de gebruikswaarde van het onderpand en in de waarde van vruchten van het onderpand. In een periode waarin de economie goed functioneerde, was deze waarde meestal laag ten opzichte van de executiewaarde van het onderpand. Het verschil in waarde was zó groot dat het voor de pandhouder niet de moeite loonde om het onderpand te gebruiken en de vruchten ervan te trekken. De pandhouder had in de vorm van een mogelijke executie-opbrengst voldoende zekerheid op integrale voldoening van zijn vordering. In een goedlopende economie zal de pandhouder de executoriale verkoop van het onderpand ook snel hebben kunnen realiseren. Een schuldeiser had dus de zekerheid dat hij zijn geld snel en integraal terugkreeg, zelfs als de pandgever insolvent werd.
Dit werd wellicht anders toen de Romeinse economie in een crisis terecht kwam. Met een slechtlopende economie trad inflatie in en daalde de executiewaarde van het onderpand. Bovendien kon het wel eens een poos duren voordat de pandhouder een koper had gevonden. Vergelijk in dit verband een moderne crisis op de huizenmarkt: banken komen in onderdekking door de waardedaling van verhypothekeerde woningen. Met een vastgelopen huizenmarkt duurt het daarnaast relatief lang om een huis verkocht te krijgen. Het is goed voorstelbaar dat een vergelijkbaar patroon zich voordeed in de Romeinse economie. In een slecht functionerende economie had de pandhouder niet meer genoeg zekerheid aan de potentieel lage executiewaarde van het onderpand. Voorts kon het lang duren voordat hij erin slaagde het onderpand te verkopen. De pandhouder had nu behoefte aan een aanvullende manier om het onderpand te gelde te maken, en wel op zo’n manier dat hij zijn geld snel kreeg. Het recht van pandgebruik voorzag in die behoefte. De pandhouder kon het onderpand gebruiken. Dit vertegenwoordigde onmiddellijk een voortdurende waarde voor de pandhouder. Daarnaast kon de pandhouder periodiek vruchten innen. Het recht van pandgebruik gaf de pandhouder dus de extra zekerheidswaarde die hij nodig had.2 Bovendien kon hij deze waarde periodiek innen, sneller dan hij het onderpand kon verkopen. Ook vanuit het perspectief van de schuldenaar was dit een interessante oplossing. De schuldenaar kon zijn schuld voldoen door vermogensbestanddelen in pandgebruik te geven. In tijden van economische nood was dit een interessant geweest voor het aflossen in geld. Ten slotte kon het recht van pandgebruik ook in een goed functionerende economie voorzien in een behoefte als partijen het onderpand niet executoriaal wilden verkopen. Het recht van pandgebruik gaf de pandhouder dan een alternatieve mogelijkheid om zijn vordering te voldoen.