Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.2.1:7.3.2.1 Wettelijke omschrijving
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.2.1
7.3.2.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604172:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitsluiting van de vrijstelling geldt voor NV’s, BV’s en andere aandelenvennootschappen waarvan ten minste 10% van de aandelen in handen is van een (voormalig) werknemer, zijn echtgenoot of partner, hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn. In de 10%-grens van art. 5 lid 2 Wet VPB 1969 kan verbondenheid op basis van een bezitscriterium worden herkend. Deze grens sluit aan bij de definitie van de directeur-grootaandeelhouder (dga) in de Pensioenwet (PW). Uit de omschrijving van de familiegroep blijkt bovendien de gelieerdheid tussen natuurlijke personen.
Per saldo is de kring van verbonden natuurlijke personen voor art. 5 lid 2 Wet VPB 1969 redelijk ruim. Wat betreft de ‘partner’ wordt rekening gehouden met een echtgenoot, geregistreerde partner, en de partner met wie ongehuwd wordt samengeleefd. Bij de gelijkstelling van ongehuwde samenwoners met echtgenoten ontbreekt echter een bepaling in de zin van art. 3.91 lid 2 onderdeel b onder 5° Wet IB 2001. De verbondenheid van ongehuwde samenwoners kan dus niet buiten beschouwing worden gelaten door aan te tonen dat geen sprake is van een duurzaam gevoerde gemeenschappelijke huishouding.
Omdat wordt gesproken van ‘bloed- of aanverwanten’ van de werknemer zelf, de echtgenoot of partner, wordt zowel het aandelenbelang van een ‘eigen’ kind, een adoptiekind, een stiefkind en een kind van de ongehuwde samenlevingspartner meegeteld. Voorts wordt een pleegkind ook als ‘verbonden’ aangemerkt. De echtgenoot van een pleegkind en de pleegouder worden echter niet als verbonden persoon aangemerkt. Laatstgenoemde personen behoren wel tot de familiekring van art. 10a lid 5 onderdeel b Wet VPB 1969.
De echtgenoot van de verschillende soorten kinderen, of hun geregistreerde partner, worden wel als ‘verbonden’ beschouwd. Aandelen die worden gehouden door de ongehuwde samenlevingspartner van één van de kinderen tellen echter niet mee, zo lijkt het.