Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/3.1.4:3.1.4 Rechtsvragen naar aanleiding van Plas/Valburg
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/3.1.4
3.1.4 Rechtsvragen naar aanleiding van Plas/Valburg
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS303048:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals ik hierna nader zal toelichten en zoals uit de rechtsontwikkeling na het arrest Plas/Valburg ook genoegzaam blijkt, is de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Plas/Valburg bepaald niet eenduidig en roept deze tal van vragen op. Wat allereerst opvalt, is dat de Hoge Raad in dit arrest wel een criterium geeft voor het intreden van de situatie waarin het partijen niet meer vrij staat om de onderhandelingen af te breken (kort gezegd: het postvatten van het gerechtvaardigd vertrouwen dat het tot een overeenkomst gaat komen), maar dat in het midden wordt gelaten wanneer dan van gerechtvaardigd vertrouwen sprake is. Onduidelijk is verder wanneer de situatie zich voordoet waarin weliswaar de onderhandelingen nog zouden mogen worden afgebroken, maar wel een vergoedingsplicht voor in die fase gemaakte kosten bestaat. Daarnaast valt op, dat de Hoge Raad in beide bedoelde situaties spreekt over "kosten", respectievelijk "gederfde winst", maar daarbij in het midden laat of die kosten en gederfde winst mede het positieve contractsbelang omvatten. Een partij maakt immers ook kosten (casu quo derft winst) indien hij zijn onderhandelingen voorbereidt en een ander lucratief contract laat schieten in de hoop dat hij het contract zal verwerven over de totstandkoming waarvan hij onderhandelt. Dient deze partij, indien de onderhandelingen in strijd met de redelijkheid en billijkheid in een van de hier bedoelde situaties worden afgebroken en de wederpartij schadeplichtig is, nu te worden gebracht in de situatie waarin hij zou hebben verkeerd indien de onderhandelingen niet zouden hebben plaatsgevonden en hij het contract zou hebben uitgevoerd dat hij met een derde had kunnen sluiten (vergoeding van negatief contractsbelang)? Of moet hij in de situatie worden gebracht waarin hij zou zijn komen te verkeren indien het contract waarover onderhandeld werd tot stand zou zijn gekomen (vergoeding van positief contractsbelang)? Het begrip "gederfde winst" en, zo men wil, ook het begrip "kosten", kunnen zowel onderdeel vormen van het negatief contractsbelang als van het positief contractsbelang. Inmiddels is duidelijk, zoals hierna zal worden toegelicht, dat de Hoge Raad wel degelijk het oog heeft gehad op vergoeding van het positief contractsbelang en in de daaraan voorafgaande fase slechts op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten (negatief contractsbelang).