Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/270
270 Het overleg-, informatie-, standpuntbepalings- en spreekrecht van de ondernemingsraad
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372647:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
De ondernemingsraad heeft een standpuntbepalings- en spreekrecht (art. 2:135 lid 2 BW), een informatierecht (art. 2:135 lid 2 BW en 31d WOR) en een overlegrecht (art. 23 WOR). Opgemerkt dient te worden dat de ondernemingsraad ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders geen instemmingsrecht toekomt ex art. 27 WOR. Zie hierover Holtzer 2010. Zaal wijst verder nog op art. 28 en 30 WOR als bepalingen die de ondernemingsraad heeft ten aanzien van de bezoldiging van bestuurders. Zaal 2015.
Kamerstukken II, 31 877, 2008/09, nr. 5 (Nota naar aanleiding van het verslag), p. 3. Deze vergaderingen moeten ten minste tweemaal per jaar plaatsvinden conform art. 24 lid 1 WOR.
De officiële naam was: Voorstel van wet van de leden Harrewijn en Rosenmöller tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden in verband met het verschaffen van openbaarheid over de hoogte van inkomens van topkader, bestuurders en toezichthouders van ondernemingen (Wet openbaarheid topinkomens).
Zie hierover randnummer 362.
Opgemerkt dient te worden dat Nederland al verschillende regelingen in het leven heeft geroepen om de sociale dialoog tussen de raad van commissarissen en de ondernemingsraad te verbeteren.1 Nederland neemt daarmee een uitzonderlijke positie in. Allereerst komt de ondernemingsraad het recht toe om op basis van art. 23 lid 2 WOR in een overlegvergadering onderwerpen aan de orde te stellen waarover hij overleg wenselijk acht. De bezoldiging van bestuurders kan onderwerp van overleg zijn tijdens deze vergaderingen.2
Met de wet ‘Harrewijn’ zijn daarnaast enkele bepalingen toegevoegd aan de WOR met als doel de informatieverstrekking aan de ondernemingsraad ten aanzien van de beloningsverhoudingen binnen de onderneming te versterken.3 Op grond van art. 31d WOR dient informatie te worden gegeven aan de ondernemingsraad over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per verschillende groep van de in de onderneming werkzame personen. Daarnaast dient de ondernemingsraad apart informatie te ontvangen over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het bestuur en het totaal van de vergoedingen dat wordt verstrekt aan het toezichthoudend orgaan. Inzichtelijk dient vervolgens te worden gemaakt hoe de hiervoor beschreven verschillende arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich verhouden tot elkaar en tot die van het voorgaande jaar. Naast deze jaarlijks te verschaffen informatie dient de ondernemingsraad ook tussentijds, zo spoedig mogelijk, door de ondernemer geïnformeerd te worden indien belangrijke wijzigingen worden aangebracht in de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken.4
De ondernemingsraad heeft verder ex art. 2:135 lid 2 BW het recht een standpunt in te nemen over een voorgenomen bezoldigingsbeleid, voordat het voorstel van het bezoldigingsbeleid aan de algemene vergadering ter vaststelling wordt aangeboden.5