Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/7.4.4.2:7.4.4.2 HR 25 juli 2000, 35 251
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/7.4.4.2
7.4.4.2 HR 25 juli 2000, 35 251
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS416913:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In HR 25 juli 2000, 35 251, is aan belanghebbende in het kader van de verdeling van een nalatenschap een melkquotum toegedeeld. Het quotum had op 10 september 1985 een waarde in het economische verkeer van f 351 163, maar in het kader van genoemde verdeling is aan het melkquotum geen waarde toegekend. Belanghebbende heeft het melkquotum aanvankelijk niet in zijn fiscale balansen geactiveerd. Hij heeft daardoor tot het boekjaar 1994/1995 ter zake van het melkquotum geen afschrijvingen ten laste van zijn winst gebracht. Voor het Hof Leeuwarden heeft belanghebbende zich op het standpunt gesteld dat hij het melkquotum destijds ten onrechte niet in zijn fiscale balansen heeft opgenomen, dat deze onjuistheid dient te worden hersteld door het quotum voor een bedrag van f 351 163 op te voeren in de beginbalans van het oudste nog openstaande jaar – het boekjaar 1994/1995 – en dat er vanaf dat boekjaar op het quotum mag worden afgeschreven. Het Hof accepteerde dat het melkquotum in de beginbalans van het boekjaar 1994/1995 werd opgenomen tegen f 351 163, doch stond (inhaal)afschrijvingen ten laste van 1994/1995 niet toe.
In onderdeel 5.7 van zijn conclusie in deze zaak betoogt A-G Van Kalmthout dat er geen goede rechtvaardiging is om afschrijvingsfouten en fouten in de opbouw van pensioenvoorzieningen en kostenegalisatiereserves uit te zonderen van de normale toepassing van de foutenleer. Zijns inziens is er geen principieel verschil tussen de hier bedoelde fouten en andere fouten die balansposten regarderen. Het rechttrekken van een afschrijvingsfout in het jaar waarin het bedrijfsmiddel het ondernemingsvermogen verlaat, is naar zijn mening niet minder willekeurig dan herstel in het oudste openstaande jaar. In beide gevallen wordt een juiste jaarwinstbepaling verstoord, maar dat is het onvermijdelijke gevolg van de gemaakte fout. Het corrigeren van een afschrijvingsfout pas op het moment dat het bedrijfsmiddel het ondernemingsvermogen verlaat, brengt tevens mee dat de fout langer gevolgen heeft dan noodzakelijk is. Bovendien, zo merkt Van Kalmthout op, is van een (aanzienlijke) beperking in de voorwaartse verliescompensatie – die mogelijk mede ten grondslag heeft gelegen aan het inhaalverbod, om manipulaties te voorkomen – thans geen sprake meer.
Dit betoog wordt door de Hoge Raad gevolgd:
3.2. Het oordeel van het Hof leidt ertoe dat het melkquotum niet alleen in de beginbalans van het boekjaar 1994/1995, doch ook in de eindbalans van dat boekjaar wordt opgenomen voor f 351 163. Deze uitkomst is in overeenstemming met de rechtspraak van de Hoge Raad tot dusverre. Op de gronden vermeld in onderdeel 5.7 van de conclusie van de Advocaat-Generaal bevindt de Hoge Raad evenwel thans dat de zogenoemde foutenleer van toepassing is ook op afschrijvingsfouten.
Indien de Inspecteur alsnog weigert de reeds onherroepelijk vaststaande aanslagen over de jaren waarin afschrijving had kunnen plaatsvinden ambtshalve te verminderen, brengt de toepassing van de foutenleer derhalve mee: (...) dat het melkquotum in de eindbalans van het boekjaar 1994/1995 moet worden gesteld op nihil, nu – naar het Hof in cassatie onbestreden heeft geoordeeld – bij een juiste gang van zaken het melkquotum vóór de aanvang van het boekjaar 1994/1995 volledig zou zijn afgeschreven en – naar kennelijk belanghebbende en de Inspecteur eenparig van oordeel zijn – de restwaarde nihil bedraagt.
Vanaf HR 25 juli 2000, 35 251, is de foutenleer mitsdien volledig van toepassing op afschrijvingsfouten. Het herstel van afschrijvingsfouten waarbij in het verleden te weinig is afgeschreven, wordt niet langer belemmerd door het verbod op inhaalafschrijvingen.