Einde inhoudsopgave
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/5.10.4
5.10.4 Beslag op aandelen
mr. T. Hutten, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T. Hutten
- JCDI
JCDI:ADS706257:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 9 april 1996, ECLI:NL:RBAMS:1996:AC0841 (Soeters/The Movies Holding c.s.).
Van Daal 2008, p. 208; Messelink 2009, p. 673.
Anders Rb. Amsterdam 9 april 1996, ECLI:NL:RBAMS:1996:AC0841 (Soeters/The Movies Holding c.s.); Van Daal 2008, p. 208; Huizink, in: GS Rechtspersonen, art. 2:89 BW, aant. 9 (actueel t/m 10-12-2021). Geen onderscheid tussen goederen maakt Asser Procesrecht/Steneker 5 2019/527-528.
Zie bijv. Rb. Amsterdam 3 maart 2011, zaaknummer/rekestnummer 474040 / HA RK 10-1138 (ongepubliceerd), kenbaar uit Gerechtshof Amsterdam 23 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0409, r.o. 3.3 (X/VDB Almere Beheer), waarin de rechtbank oordeelde dat de beslagexecutie een onaanvaardbare doorkruising zou betekenen van de diverse procedures die tussen partijen lopen en het risico van tegenstrijdige beslissingen zou meebrengen.
In Rb. Amsterdam 9 april 1996, ECLI:NL:RBAMS:1996:AC0841 r.o. 8.1-8.3 (Soeters/The Movies Holding c.s.) bracht o.a. deze omstandigheid mee dat de rechtbank het verzet ongegrond achtte.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 23 september 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2923.
253. Op aandelen op naam kan conservatoir en executoriaal beslag worden gelegd (art. 715 Rv jo. 474c Rv). In het kader van pandexecutie is daarbij een eerste aandachtspunt dat voor zover er een beslag rust op de aandelen, de beslaglegger zijn medewerking moet verlenen aan een tussen de pandhouder en de pandgever overeengekomen van openbare verkoop afwijkende executiewijze (art. 3:251 lid 2 BW) – §5.6.5. Dat houdt in dat wanneer een schuldeiser tijdig beslag legt – ook al is hij out of the money – voor een van openbare verkoop afwijkende executiewijze een verzoek aan de voorzieningenrechter onvermijdelijk is. Opgemerkt zij, dat wanneer er sprake is van een derdenpand op aandelen, schuldeisers geen beslag kunnen leggen op de aandelen voor een vordering op de schuldenaar. De aandelen vallen dan immers niet in het vermogen van de schuldenaar.
Een tweede aandachtspunt is de mogelijkheid tot het overnemen van een beslagexecutie. Om ervoor te zorgen dat een zekerheidsgerechtigde niet onterecht in zijn verhaalsrecht wordt gefrustreerd door andere schuldeisers, bepalen artikelen 461a en 509 Rv dat pand- en hypotheekhouders een door een beslaglegger gestarte executie van roerende en onroerende zaken kunnen overnemen. Voor aandelen op naam ontbreekt deze bepaling. In de lagere rechtspraak is daarom al eens geoordeeld dat de pandhouder bij aandelen dit recht daarom niet heeft.1 In de literatuur is er meermaals gewezen op dit probleem.2 Ik meen dat uit deze wel in de wet geregelde gevallen valt op te maken, dat – hoewel een uitdrukkelijke bepaling ontbreekt – ook bij aandelen op naam een pandhouder de executie van een beslaglegger kan overnemen.3 Het lijkt erop dat de wetgever het simpelweg is vergeten te regelen. Het meest ligt het voor de hand om artikel 461a Rv naar analogie toe te passen. Dat houdt in dat als de pandhouder executiebevoegd, hij de executie mag overnemen en zelf mag executeren met inachtneming van de bepalingen betreffende executie krachtens pandrecht. Hij dient dat uiterlijk op het tijdstip van de verkoop bij exploot aan de beslaglegger aan te zeggen met opgave van de termijn waarbinnen hij tot verkoop zal overgaan. Rusten op de aandelen meer pandrechten, dan komt de bevoegdheid tot overnemen slechts toe aan de hoogst gerangschikte pandhouder die tot executie wenst over te gaan.
Naast overname van de executie, wijs ik erop dat de pandhouder als belanghebbende op grond van artikel 474g lid 2 BW het recht heeft om te worden gehoord, alvorens de rechtbank bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden de aandelen executoriaal dienen te worden verkocht. De pandhouder kan dan mijns inziens in verzet komen tegen de verzochte executieverkoop. Hij zal daarbij moeten aanwijzen welke belangen door de beslagexecutie zullen worden geschaad.4 Als het beslag later is gelegd dan de aandelenverpanding heeft plaatsgevonden, en de vordering waarvoor het pandrecht is gevestigd niet opeisbaar is, dan kan de beslagexecutie slechts plaatsvinden met de instandhouding van de pandrechten.5 Het zal onder die omstandigheden voor een beslaglegger waarschijnlijk lastig zijn om een executiekoper te vinden, ook als er overwaarde in de aandelen zit. Staan de aandelen daarentegen ‘onder water’, dan heeft de beslaglegger waarschijnlijk bij de executie geen belang in de zin van artikel 3:303 BW.6