Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.3.4
3.3.4 Terugvordering ondanks het bereiken van het doel
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS493853:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. §1973, 1975 en 1990 BGB.
Letterlijk bepaalt §817 dat terugvordering is uitgesloten indien zowel de presterende als de ontvangende partij onzedelijk hebben gehandeld. De bepaling moet echter zo worden gelezen dat ook wanneer alleen de presterende partij onzedelijk heeft gehandeld, terugvordering is uitgesloten. Terugvordering is ook mogelijk als de ontvangende partij onzedelijk handelde terwijl de presterende partij die niet onzedelijk handelde wist dat hij onverschuldigd betaalde, zoals in het voorbeeld van de ondernemer die wordt afgeperst. Medicus 2004, nr. 660.
Met de bovengenoemde doelen zijn alle rechtens relevante bedoelingen besproken. De voor de praktijk belangrijkste bedoeling is het delgen van een schuld.
Wanneer een van deze doelen niet wordt gerealiseerd, ontstaat een Leistungskondiktion. In bepaalde gevallen kan ook wanneer het doel wél is bereikt een Leistungskondiktion ontstaan. Deze gevallen vormen een uitzondering op de regel dat de verwezenlijking van het doel de rechtsgrond vormt voor het behoud van de prestatie.
De eerste uitzondering betreft het geval waarin een schuld bestond en de bedoeling om een schuld te delgen verwezenlijkt is, maar de presterende partij zich bevrijdend had kunnen beroepen op een verweer dat hij niet hoefde te presteren. Wanneer hij als gevolg van onwetendheid of een vergissing toch presteert, kan hij volgens §813 deze prestatie terugvorderen. Stel bijvoorbeeld dat een ergenaam meer schulden dan baten erft. Hij kan de erfenis afwijzen, maar hij weet niet dat dit mogelijk is. Hij betaalt de geerfde schuld en komt er vervolgens achter dat hij de erfenis had kunnen afwijzen. §813 geeft hem de bevoegdheid om zijn betaling terug te vorderen.1
De tweede uitzondering betreft de condictio ob turpem vel iniustam causam, die is neergelegd in §817.2 De ontvanger van een prestatie kan met het aannemen van een prestatie onzedelijk hebben gehandeld, dat wil zeggen dat hij tegen een wettelijk verbod of de goede zeden kan zijn ingegaan. Wanneer de presterende partij zelf niet onzedelijk heeft gehandeld, kan hij van de ontvanger de prestatie terugvorderen, ook als zijn eigen bedoeling is gerealiseerd. Een voorbeeld van een geval waarin alleen de ontvanger onzedelijk handelt, is de betaling van ‘beschermgeld’ aan een afperser. De betalende partij kan terugvorderen, hoewel zijn bedoeling dat de ontvangende partij een bepaalde prestatie (bescherming) levert, wordt gerealiseerd. Het onzedelijke handelen van de ontvanger wordt zo ernstig geacht, dat een vordering tot terugbetaling ontstaat ondanks de verwezenlijking van het doel waarmee de presterende partij de betaling heeft verricht.