Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/7.7.2:7.7.2 Het exhaustieve karakter van de lijst
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/7.7.2
7.7.2 Het exhaustieve karakter van de lijst
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS496040:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie resp. de Y7B-VAB- en Galarea-zaak en de Plus-zaak. Zie ook m.b.t. een Oostenrijks verbod: HvJ EU 9 november 2010, nr. C-540/08 (Mediaprint; n.n.g.).
Het Duitse verbod steunde op de veronderstelling dat bij de naar nationaal recht verboden praktijken aan de criteria uit de hoofdnorm was voldaan. Volgens het HvJ dient dit in concreto te worden vastgesteld en moeten de praktijken aan de hoofdnorm worden getoetst: Plus, to. 54.
Collins 2004, p. 28.
Drijber 2005, p. 180.
Handig 2005, p. 1123-1124.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
463. Het exhaustieve karakter van de lijst zorgt voor problemen. De Belgische en Duitse wetgevers zijn door het HvJ teruggefloten in hun pogingen andere dan in bijlage I vermelde praktijken te verbieden.1 Het HvJ heeft hierbij benadrukt dat de oneerlijkheid van een handelspraktijk die niet op de lijst staat, afhankelijk is van 'de specifieke omstandigheden van het concrete geval'.2 Er kan echter niet worden uitgesloten dat, ondanks ov. 17 considerans, art. 5 lid 5 en de rechtspraak van het HvJ, de lijst in de praktijk wordt aangevuld door middel van een analogische uitleg hiervan. Een dergelijke uitleg houdt in dat praktijken die gelijkenis tonen met de in de zwarte lijst gedefinieerde praktijken, maar eigenlijk onder de hoofd- of de subnorm vallen, zonder meer als oneerlijk worden aangemerkt. De met een zwarte praktijk vergelijkbare praktijk wordt in geval van een analogische toepassing niet aan een omstandighedentoets (inclusief toetsing van het effect) onderworpen. De handelaar staat dan met lege handen. Het pleidooi voor een niet-limitatieve grijze lijst beoogde destijds een dergelijke uitleg van de lijst te faciliteren en te compenseren door een bewijsvermoeden.3 Tot slot bestaat ook het risico dat de limitatieve lijst zo wordt geïnterpreteerd dat wat er niet op staat sowieso is toegestaan (negatieve interpretatie/a contrarioredenering).4 Dit is met het oog op de hierna te bespreken vangnetrol van de algemene norm onterecht.5