Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/11.4
11.4 Artikel 23 Grondwet niet absoluut
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977337:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Onderwijsraad, Vaste grond onder de voeten, Den Haag 2002 en R. Goudsmit, ‘Na de woorden van de minister is de wereld even te klein’, Trouw 11 november 2020, p. 5.
Het initiatiefwetsvoorstel-De Hoop (PvdA) beoogt hieraan een einde te maken.
M. Burkens, Algemene leerstukken van grondrechten naar Nederlands constitutioneel recht, Zwolle: Tjeenk W 1989, p. 129; vgl. B.P. Vermeulen, ’Beperking van grondrechten’, in: J.B.J.M. ten Berge e.a. (red.), De Grondwet als voorwerp van aanhoudende zorg (Burkensbundel), Zwolle: TjeenkW 1995, p. 10 e.v. en A.J. Nieuwenhuis, ’De kernrechtbenadering bij de grondrechten’, TvCR 2012, p. 138-159.
J. Fleuren, ’Toetsing van wetgeving aan de sociale grondrechten van hoofdstuk 1 van de Grondwet’, AA, september 2008, p. 620-625, Kamerstukken II 2019/20, 35352, nr. 1 en Raad van State, en Nader rapport, nr. 4.
HR 10 december 1957, NJ 1958, 176; Wet van 4 februari 2010, Stb. 2010, nr. 80; Wet van 15 augustus 1955, Stb. 1955, nr. 395; Cgb 22 november 1999, AB 2000, 71; J.M.G. Leune, ´De reikwijdte van het onderwijsaanbod in het funderend onderwijs´, in: B. Creemers, W. Hoeben & K. Koops (red.), De kwaliteit van het onderwijs, Groningen: RION/WN 1983, p. 16-47, Leune 2001, p. 223 en Overes 2000, p. 173-174 e.v.
Kort geding van 7 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9833: (Publicatie inspectierapport over onveilige schoolcultuur Gomarus SG Gorinchem); vgl. J.M. Dubelaar, ‘Kortgeding publicatie inspectierapport’, NTOR 2021, 3, p. 36-51 (Gomarus-Gorinchem).
Vgl. Beatrice de Graaf, ’Religie als probleem van orde en veiligheid. Salafisme onder vuur’, in: Van Bijsterveld & Steenvoorde 2013, p. 353-375.
De vrijheid van onderwijs is niet absoluut.1 Zoals bekend geldt de reguliere beperkingssystematiek van de grondrechten niet voor artikel 23 Gw.2 Welke invulling krijgt de beperkingssystematiek van artikel 23 Gw in dat geval? De leer van de redelijke uitleg wordt hier toegepast. Deze brengt met zich mee, dat dit grondrecht niet op elke plaats en op iedere wijze uitgeoefend kan worden.3 Deze uitoefening moet daarnaast in een bredere context van afwegingen worden bezien in verhouding tot de andere grondrechten op basis van het legaliteitsbeginsel en andere algemeen aanvaarde kernwaarden van de democratische rechtsstaat, zoals de gelijke behandeling en de non-discriminatie (artikel 1 Gw), de vrijheid van godsdienst en meningsuiting (artikelen 6 en 7 Gw), de organisatievrijheid (artikel 8 Gw) en de vrijheid van vergadering (artikel 9 Gw).4
Het zij nogmaals gezegd: er zijn grenzen, die bij wege van algemene beperkingen gelden, ook al zijn zij niet tot een clausulering in artikel 23 Grondwet te herleiden - zoals de BW-bepaling in het kader van de openbare orde (artikel 2:20 BW) - aan de vrijheid van onderwijs die geen vrijbrief toekennen voor welke ontoelaatbare, ongelijke of discriminerende behandeling dan ook of voor welk ondeugdelijk onderwijs dan ook.5 Scholen mogen niet in strijd handelen met (grond)wettelijke waarden, zoals gelijkwaardigheid, vrijheid en (sociale) veiligheid en mogen burgerschap niet tekort doen.6 Nog anders gezegd: de vrijheid van onderwijs is niet bedoeld om het stelsel van de democratische rechtsstaat, waarbinnen die vrijheid tot haar recht kan komen, te ondermijnen.7 Positief geformuleerd betekent dit, dat de school de (grond)wet en de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit als basisprincipes voor het voetlicht brengt en een minimum aan acceptatie bij de schoolpopulatie bevordert.