Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/6.6.2.3:6.6.2.3 Strikte toepassing van art. 3:39 BW in de rechtspraak
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/6.6.2.3
6.6.2.3 Strikte toepassing van art. 3:39 BW in de rechtspraak
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS305452:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Leeuwarden, 19 maart 2008, NJF 2008, 303.
Rb. Haarlem, 3 september 2008, LJN: BF0365.
Rb. Breda, 24 oktober 2007, NJF 2007, 531.
Rb. Zwolle, 18 juli 2007, NJF 2008, 12.
Rb. Leeuwarden, 29 juni 2006, NJF 2006, 542.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Strikte toepassing van art. 7:2 juncto art. 3:39 BW is te vinden in de volgende jurisprudentie:
Hof Leeuwarden, 19 maart 20081
Kort gezegd komt het oordeel van het hof er op neer dat het niet voldoen aan het vereiste tot schriftelijke vastlegging van de koopovereenkomst van een onroerende zaak als bedoeld in art. 7:2 BW — behoudens uitzonderlijke omstandigheden, waarvan in deze zaak niet is gebleken leidt (krachtens art. 3:39 BW) tot nietigheid van de koop, hetgeen met zich brengt dat de wet daaraan zonder meer de beoogde rechtsgevolgen onthoudt. (r.o. 12)
Rb. Haarlem, 3 september 20082
Een uitleg van het schriftelijkheidsvereiste waarbij de verkoper reeds vóór ondertekening van de schriftelijke koopovereenkomst gebonden zou (kunnen) zijn ligt niet in de rede, omdat dit zou betekenen dat de verkoper (anders dan de koper) gedurende een in beginsel onbegrensde periode vóór het opmaken van de akte reeds gebonden zou zijn, terwijl de koper nog tot drie dagen daarna het recht heeft de koop te ontbinden." (r.o. 4.2) "In het geval van een vormvoorschrift kan de goede trouw er dus niet toe leiden dat ene partij de andere partij gebonden kan achten op grond van een overeenkomst voordat de hiervoor voorgeschreven rechtshandeling is verricht. Wel is er ruimte voor schadevergoeding indien de ene partij jegens de andere partij onzorgvuldig handelt, bij voorbeeld als de ene partij de andere al dan niet opzettelijk in de waan laat dat deze is gebonden op grond van zijn woord (...). (r.o. 4.4)
Rb. Breda, 24 oktober 20073
(...) De rechtbank [is] van oordeel dat een dergelijke vordering (tot medewerking aan een schriftelijke overeenkomst, M.R.) niet past in het wettelijke systeem dat er op neerkomt dat het niet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste leidt tot nietigheid van de koop. (...) Daarmee is onverenigbaar dat aan een dergelijke, nietige rechtshandeling, zoals in de Parlementaire Geschiedenis staat (...) en zoals door [eiser] c.s. wordt bepleit het rechtsgevolg wordt verbonden dat ingeval sprake is van een mondeling akkoord dat "het vormvereiste van art. 7:2 BW 'weggedacht'" een rechtens bindende hoofdovereenkomst zou opleveren, een verkoper in beginsel gehouden zou zijn om de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de totstandbrenging van de overeenkomst door het opmaken (c.q. ondertekenen) van de daarvoor vereiste akte. (r.o. 3.9)
Rb. Zwolle, 18 juli 20074
Als er al mondelinge overeenkomst zou zijn bereikt, wat daar ook van zijn, leidt het voorgaande tot het oordeel dat ondertekening bij de notaris deel uit maakte van de afspraken die tussen partijen golden. Dit betekent dat [gedaagde] gerechtigd was om zich terug te trekken totdat aan de overeengekomen voorwaarde was voldaan. Bovendien mocht [eiser] c.s., gelet op deze afspraak, niet gerechtvaardigd vertrouwen op de totstandkoming van de koopovereenkomst. (r.o. 4.3)
Rb. Leeuwarden, 29 juni 20065
Nu partijen geen "perfect" akkoord hebben bereikt over de (ver)koop van de recreatiewoning bestaat er geen grond om [gedaagde] te verplichten tot medewerking aan het opmaken en ondertekenen van een schriftelijke koopovereenkomst. (r.o. 5.7)