Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.3.2.2
5.3.2.2 Het bereiken van een wenselijk evenwicht tussen de belastingbeginselen
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491832:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Deze belastingbeginselen zijn in onderdeel 4.3 nader toegelicht en toegespitst op het onderwerp van dit onderzoek.
In de inleiding van dit hoofdstuk is verwezen naar Radbruch die rechtvaardigheid onderverdeeld in rechtsgelijkheid, doelgerichtheid en rechtszekerheid. De fiscaal-theoretische toets behelst voornamelijk de vraag of sprake is van een wenselijk evenwicht tussen twee van die componenten, te weten rechtsgelijkheid en doelgerichtheid. De derde component, rechtszekerheid, bestaat uit diverse elementen. Zie daarover Gribnau in: Rijkers & Vording 2006, hoofdstuk 1, onderdeel 5, p. 39-51. In dit onderzoek is rechtszekerheid geen afzonderlijk toetsingscriterium. Dat neemt niet weg dat bij bepaalde deelonderwerpen aandacht zal (moeten) uitgaan naar het rechtszekerheidsbeginsel. Zie bijvoorbeeld de onderdelen 10.4.4 en 12.3. Voorts wordt bij het aanleggen van de fiscaaltechnische toets ook (indirect) getoetst aan het rechtszekerheidsbeginsel. Zie onderdeel 5.3.3.
Het bestaande kader is besproken in onderdeel 4.2. Zie over de evenwichtsgedachte ook de illustratie in onderdeel 6.2.
Zie uitgebreider onderdeel 4.4.
De volgende belastingbeginselen behoren tot de grondslagen van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting:1
Draagkrachtbeginsel.
Gelijkheidsbeginsel.
Welvaartsbeginsel.
Neutraliteitsbeginsel.
Liquiditeitsbeginsel.
Deze belastingbeginselen zijn niet absoluut in die zin dat onderlinge spanning kan bestaan. Het gaat dan om het vinden van een wenselijk evenwicht2tussen deze belastingbeginselen. Hoewel een evenwicht (mogelijk) op meerdere manieren kan worden bereikt, is mijns inziens geen sprake van vrijblijvendheid in de vormgeving van de splitsingsregels. Het bestaande (vennootschapsbelasting)kader moet namelijk in het oog worden gehouden.3 De splitsingsregels zijn daar immers onderdeel van. De evenwichtsgedachte is in overeenstemming met de doelstellingen van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting. Deze doelstellingen kunnen als volgt worden samengevat.4 Het is de wens van de Nederlandse wetgever om een splitsing analoog te behandelen aan bekende transacties en rechtsfiguren. Zowel de Nederlandse wetgever als de opstellers van de Fusierichtlijn wil fiscale belemmeringen van splitsingen voorkomen met inachtneming van twee grenzen: belastingclaims moeten behouden blijven en oneigenlijk gebruik moet worden tegengegaan.