Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.4.4.2
12.4.4.2 “Toerekening” aan bewaarder
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367612:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een icbe is een instelling voor collectieve belegging in effecten. Hoofdkenmerken zijn dat de icbe kapitaal ophaalt bij het publiek en dit belegt met inachtneming van bepaalde beleggingsrestricties en diversificatie-eisen. De roots van deze figuur liggen in het Europese effectenrecht, zie reeds Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s), zoals gewijzigd door Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2014/91/EU.
Kamerstukken II, 2011/12, 33 235, nr. 3, p. 14-15.
Grundmann-van de Krol 2014.
Lieverse 2013, p. 465 en p. 474.
Lieverse 2013, p. 464 en Van der Velden 2009-2, p. 742-744.
In het kader van de meldingsplicht van hoofdstuk 5.3 Wft bepaalt art. 5:45 lid 7 Wft dat de bewaarder van een beleggingsfonds niet wordt geacht te beschikken over aandelen of stemmen. De verplicht bodregeling kent een dergelijke bepaling niet.
De voorwaarde dat de bewaarder niet naar goeddunken de stemrechten kan uitoefenen, ligt voor de hand. Er mag dan sprake zijn van eigendomsoverdracht aan de bewaarder, maar zolang deze alleen krachtens instructie van de beheerder bevoegd is het stemrecht uit te oefenen is er geen gevaar voor machtsmisbruik. Vgl. Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 29.
I. Beleggingsfonds (icbe en niet icbe)
Een van de vele veranderingen die de AIFMD-implementatie teweeggebracht heeft is dat de activa van een beleggingsfonds of icbe-fonds1 niet meer in “juridisch eigendom” gehouden moet worden door een bewaarder; voor beleggingsmaatschappijen (icbe en niet-icbe) geldt die verplichting wel (zie hierna).2
Nieuw is verder dat voor iedere beleggingsinstelling of icbe – ongeacht de rechtsvorm dus ook voor beleggingsmaatschappijen en icbe-maatschappijen – een bewaarder worden aangesteld waarvan de functie (bewaarneming) en taken (verificatie en controle) in beginsel niet meer bestaan uit het tevens houden van de juridische eigendom van de activa.3 Deze taak is en blijft in handen van de bewaarder “oude stijl”, vaak aangeduid als de bewaarstichting of de Wft-bewaaarder (voorzover aanwezig)4 ; eerstgenoemde bewaarder wordt ook wel aangeduid als de AIFMD-bewaarder.5
In het kader van de toerekeningsvraag bij de biedplicht is van belang dat de Wft-bewaarder rechthebbende is op het vermogen van het fonds; hij heeft de “eigendom” ten titel van beheer.6 In beginsel moet worden aangenomen dat de bewaarder de aan de aandelen in het vermogen verbonden stemrechten kan uitoefenen in de zin van de definitie van overwegende zeggenschap omdat hij rechthebbende is op die aandelen. Van toerekening is in dit geval feitelijk geen sprake (vgl. § 12.3.2.2).7 Echter, in de praktijk is meestal niet de bewaarder, maar de beheerder bevoegd het stemrecht uit te oefenen (zie hierna § 12.4.4.3). Gelet daarop is in art. 5:71 lid 1 sub j Wft een vrijstelling van de biedplicht opgenomen voor de bewaarnemer die de aan de aandelen verbonden stemrechten niet naar eigen goeddunken kan uitoefenen.8 Uit het voorgaande volgt dat in een voorkomend geval de beheerder dan wel de bewaarder biedplichtig is, in ieder geval niet het beleggingsfonds zelf. Dat wordt niet anders indien het fonds zou kwalificeren als personenvennootschap (§ 12.4.2).
II. Beleggingsmaatschappij (icbe en niet icbe)
Als gezegd hebben beleggingsmaatschappijen (icbe of niet) als gevolg van de implementatie van de AIFMD een verplichte “Wft-bewaarder” én een verplichte AIFMD-bewaarder. Het eerste betekent dat de biedplicht – zoals hiervoor al uiteengezet – in beginsel op de bewaarder komt te rusten, tenzij deze niet naar eigen goeddunken het stemrecht kan uitoefenen. Voorafgaand aan implementatie rustte de biedplicht bij het ontbreken van een bewaarder (en een aparte beheerder) op de beleggingsmaatschappij zelf.