Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/2.3.2
2.3.2 Toetsingsproces AFM en DNB
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268461:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Brief van AFM en DNB van 8 december 2016, bijlage 2 bij Kamerstukken II 2017/17, 32 648, nr.14. Zie hierover ook Hoofdstuk 7.
Commissie Ottow, Externe evaluatie toetsingsproces AFM en DNB, Utrecht, 30 november 2016, bijlage 1 bij Kamerstukken II 2017/17, 32648,14.
P. 9 en 10 van het rapport van de Commissie Ottow.
P. 11 van het rapport van de Commissie Ottow.
P. 9 van het rapport van de Commissie Ottow.
Brief van AFM en DNB van 8 december 2016, bijlage 2 bij Kamerstukken II 2017/17, 32 648, nr.14.
Zie http://www.toezicht.dnb.nl/4/2/16/50-229347.jsp en https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/onderwerpen/toetsing-bestuurders. Zie voor een overzicht aan verbeteringen op het terrein van transparantie ook par. 4.2 rapport van de Commissie Ottow.
Tegen de achtergrond van de toegenomen (internationale) aandacht voor “goed bestuur” en de daarmee gelijke tred houdende uitbreiding van wet- en regelgeving, hebben zowel DNB als de AFM de afgelopen jaren veel energie gestoken in het verstevigen van het door hen uitgevoerde toetsingsproces. Zo heeft DNB een aparte afdeling opgericht voor het uitvoeren van bestuurderstoetsingen, is er bij beide toezichthouders een toegenomen aandacht voor senioriteit van de medewerkers die het toetsingsgesprek afnemen en geven beide toezichthouders zoveel mogelijk openheid en transparantie over het toetsingsproces, tijdlijnen en criteria. Ook zijn diverse zorgvuldigheidswaarborgen toegevoegd in het proces, zoals de mogelijkheid dat kandidaten een toetsingsgesprek laten opnemen en een advocaat meenemen naar het toetsingsgesprek.1
In 2016 hebben AFM en DNB een externe, onafhankelijk commissie verzocht om een onderzoek uit te voeren naar de wijze waarop zij het toetsingsproces uitvoeren. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Commissie Ottow.2 De commissie heeft eind 2016 rapport uitgebracht, waarin zij vaststelt dat er brede steun is voor het doel en belang van de toetsingen. Kandidaten zijn unaniem positief over toetsing als instrument van de toezichthouders, dat zorgt voor kwaliteitsborging van bestuurders en commissarissen, en het lerend vermogen van de sector verhoogt.3
Hoewel de situatie er met de bevoegdheden van de ECB niet eenvoudiger op is geworden (zie hierna), concludeert de Commissie Ottow dat DNB, de AFM en de ECB goed met elkaar kunnen samenwerken, duidelijk weten hoe de rolverdeling ligt, en elkaars verantwoordelijkheden en bevoegdheden erkennen en respecteren.4 De toezichthouders geven zowel wat betreft opzet als werkwijze een adequate invulling aan het toetsingsproces.5
De commissie doet daarnaast een aantal aanbevelingen om het toetsingsproces te versterken, zoals het verder vergroten van de transparantie en het betrekken van externe deskundigen bij het toetsingsproces. Deze aanbevelingen zijn door de toezichthouders positief ontvangen6 en voor een groot deel in de praktijk gebracht.7 Zo is de informatie op de websites verbeterd om meer inzicht te geven in het toetsingsproces en de verschillende stappen die daarin worden onderscheiden. Ook wordt meer uitleg gegeven over de onderlinge samenwerking tussen DNB en de AFM en zijn concrete voorbeeldvragen en casussen toegevoegd.8 Bij de AFM is de informatieverschaffing omtrent het online proces verbeterd en inzichtelijker gemaakt. DNB is in mei 2017 van start gaan met het digitaal loket.9 De toezichthouders hebben voorts vanaf van juli 2018 ervaring opgedaan met a) de inzet van externe deskundigen in het toetsingsproces, b) een onafhankelijke vertrouwenspersoon en c) een onafhankelijke voorzitter bij bezwaarprocedures naar aanleiding van toetsingsbesluiten (DNB).10 Het betrof een pilot voor in beginsel een periode van een jaar. DNB heeft in overleg met de AFM besloten de pilot met de externe voorzitter bezwaarcommissie en de pilot met de externe vertrouwenspersoon te verlengen tot juli 2022. De toezichthouders beraden zich nog over voortzetting van de inzet van externe deskundigen in het primaire proces.11