Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.5.4
4.5.4 De redelijke verwachtingen
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499703:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Fauvarque-Cosson 2007, p. 30.
Cass. Civ. 1' 3 juli 1996, nr. 94-14800, Bull. civ. 1996 I, nr. 286, p. 200: Texécution du contrat selon 1 'économie voulue par les parties était impossible, Ia cour d'appel en a exactement déduit que Ie contrat était dépourvu de cause, dès dors qu'était ainsi constaté le dèfaut de zoute contrepartie réelle à l'obligation de payer Ie prix de location (...).'
CA Grenoble 16 maart 2004: 'La clause critiquée impliquant qu 'un consommateur pourrait se voir imposer une vente à un prix différent de celui convenu, ce qui est contraire aux dispositions de l'article 1134 du code civil, doit être supprimée comme créant au détriment du consommateur un déséquilibre significatil:'
Cass. Com 22 oktober 1996, nr. 93-18632, Bull. civ. 1996 IV, nr. 261, p. 223 (Chronopost): het ging om een exoneratiebeding dat `contredisait Ia portée de I 'engagement pril'. Het leerstuk wordt op deze manier gebruikt om bedingen in B2B-relaties te toetsen (art. L.132-1 C.conso. is slechts van toepassing op B2C-overeenkomsten). Deze toets toont grote gelijkenis met § 307(2)2 BGB (komt het bereiken van het `Vertragszweck' in gevaar door het litigieuze beding, dan wordt het beding als oneerlijk beschouwd).
Sommige bedingen op de nieuwe zwarte lijst zijn daar op terechtgekomen omdat deze bedingen aan de redelijke verwachtingen van de consument t.a.v. de door de gebruiker te leveren tegenprestatie in de weg staan. Zie art. R.132-1 onder 4 C.conso. (het vroegere onder m van de `annexe'): Sauphanor-Brouillaud 2009a, p. 5-8.
Sauphanor-Brouillaud 2009b, p. 397.
Fauvarque-Cosson 2007, p. 31.
Lagarde 2006, nr. 8.
Cass. Civ. 29 oktober 2002, nr. 99-20265, Bull. civ. 2002 I, nr. 254, p. 195. Zie ook Lagarde 2006, nr. 9.
Cass. Civ. 27 november 2008, nr. 07-15226, Bull. civ. 2008 I, nr. 275.
www.lexinter.net/JF/cause.htm.
Dat een beding 'gebruikelijk' is, betekent niet automatisch dat het de oneerlijkheidstoets doorstaat: Cass. Civ. 1' 31 januari 1995, nr. 93-10412, Bull. civ. 1995 I, nr. 64, p. 45; CA Agen 3 oktober 2006, nr. 05/01484.
Sauphanor-Brouillaud 2009b, p. 396-397.
220. De `notion d'attente légitime'komt als zodanig niet voor in de Franse rechtspraak inzake oneerlijke bedingen. Zij speelt nauwelijks een rol bij de uitleg van overeenkomsten. Dit wil echter niet zeggen dat het schenden van de verwachtingen van de consument niet wordt gestraft aan de hand van andere leerstukken:
`Le droit frangais, qui ne possède pas de doctrine spécffique, n 'est pas prêt "á accueillir en son sein des concepts et règles fleacibles, flous, empreints de subjectivité, tels la confiance légitime, les attentes raisonnables ou la cohérence contractuelle." Pourtant, le plus souvent, le droit frangais protège la confiance légitime et le juge frangais est volontiers enclin à sanctionner le fait de trahir la confiance légitime de l'autre, soit en se comportant de manière incohérente, soit, dans les relations contractuelles, en insérant des clauses contradictoires dans le contrat. C 'est pourquoi le juge fera plus volontiers appel aux principes généraux de bonne foi ou d'abus, bien ancrés dans ce droit.'1
De verwachtingen en intenties van de consument spelen bij de toetsing van contractsvoorwaarden een indirecte rol wanneer in het kader van de toetsing aan art. L.132-1 C.conso. gebruik wordt gemaakt van enerzijds de goede trouw en anderzijds de leerstukken van de `cause subjective' en, in het verlengde hiervan, de `économie du contrat'.2
221. Bij de beoordeling van het effect van een beding speelt het goede trouwbeginsel, hoewel het geen onderdeel vormt van de inhoudstoets, niettemin een rol. In de rechtspraak wordt een enkele keer de strijdigheid van de implicaties van een beding voor de contractuele verhouding met art. 1134 Cc als oorzaak voor de aanzienlijke verstoring genoemd. In een uitspraak van Hof van Beroep Grenoble uit 1998 werd een ontbindende voorwaarde als oneerlijk aangemerkt om drie redenen: het beding maakte geen onderscheid naar de ernst van de tekortkoming, was niet wederkerig en kon, wat een miskenning van art. 1134 Cc betekende, tot de ontbinding van eerder gesloten overeenkomsten leiden. In een latere uitspraak van hetzelfde hof werd het gevolg van een (prijs)wijzigingsbeding zonder annuleringsmogelijkheid voor de consument, i.e. de wijziging van een contractueel vastgelegde prijs, in strijd met art. 1134 Cc geacht. Het beding veroorzaakte aldus een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument.3 Het gaat hier in beide gevallen welbeschouwd om rechtsgevolgen die de consument redelijkerwijs niet hoeft te verwachten en waar hij dus niet op bedacht zal zijn.
222. De hoofdverbintenis van de gebruiker — de objectieve causa — vormt doorgaans ook de subjectieve causa ofwel de persoonlijke reden voor de wederpartij om de overeenkomst aan te gaan. De vaak voorkomende toepassing van de causa-leer beschermt de verwachtingen van de consument doordat zij bedingen buitenspel zet die de verwachte tegenprestatie onmogelijk (kunnen) maken4 en het risico scheppen van de `inexécution d'une obligation essentielle', wat neerkomt op een 'absence de cause'.5
Het `économie du contrat'-leerstuk beperkt zich, anders dan de causa-leer, niet tot de vraag welke hoofdverbintenissen de partijen voor ogen hebben. Bij dit bredere leerstuk draait het om Téquilibre du contrat tel qu'il a été voulu par les parties'6 en om de realisering van dit evenwicht:
`(...) le recours à la notion d'économie générale du contrat permet (...) au juge frangais de préserver la cohérence interne du contrat et la confiance légitime du contractant, méme si les applications pratiques sont assez rares.'7
Bedingen die de effectiviteit van het beoogde evenwicht op het spel zetten zijn oneerlijk.8 Als de annuleringskosten voor de consument onevenredig hoog zijn, dan beschikt deze de facto niet over zijn recht op annulering en is de beoogde korting op de abonnementsprijs een illusie. Het gewilde contractsevenwicht is zoek.9 Een beding dat de consument blootstelde aan een plotselinge eenzijdige wijziging van de terugbetalingsvoorwaarden en dus van de `économie du contrat' werd in 2008 door de Cour de cassation als oneerlijk bestempeld.10
Beide leerstukken komen samen waar het gaat om de bescherming van de verwachtingen van de consument:
`L'obtention de la contrepartie (cause) est associée au respect de l'économie du contrat et protège l'attente du cocontractant.'11
223. De oneerlijkheid van een beding wordt in Frankrijk niet vastgesteld aan de hand van het leerstuk van de redelijke verwachtingen. De bescherming van deze verwachtingen ligt wel besloten in de toetsing van een beding aan de goede trouw en de zoektocht naar de causa en de `économie du contrat'. Contractsinhoudelijke omstandigheden geven hierbij invulling aan de verwachtingen, die in grote mate worden geobjectiveerd. De gebruikelijkheid van het beding speelt geen beslissende ro1.12 Meestal is er bij toepassing van deze methoden weinig aandacht voor persoonlijke omstandigheden en omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst (par. 4.7). Genoemde methoden worden ook zonder meer toegepast in het kader van de collectieve toets.13