Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.4.4:3.4.4 Loon
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.4.4
3.4.4 Loon
Documentgegevens:
Hanneke Bennaars, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Hanneke Bennaars
- JCDI
JCDI:ADS288468:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 december 1953, NJ 1954/242 (Zaal/Gossing) en HR 12 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3681, NJ 2001/635 (Huize Bethesda).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Loon in het kader van art. 7:610 BW is hetgeen als bedongen tegenprestatie voor de arbeid door de werkgever aan de werknemer verschuldigd is of zal zijn.1 De platformwerkers waar dit hoofdstuk op ziet werken niet om niet, zodat zeker sprake is van loon. De vraag is of de vergoeding voor de platformwerker door het platform verschuldigd is. Deze vraag is tot dusver in de verschillende uitspraken onderbelicht gebleven of vanwege de feiten niet aan de orde gekomen. Zoals in paragraaf 3.1 uiteengezet, kunnen er meerdere partijen betrokken zijn bij platformwerk. Het is niet altijd duidelijk hoe de contractuele verhoudingen liggen en hoe de betalingen lopen. Een constructie waarbij de eindafnemer (bijvoorbeeld de klant die goederen of een maaltijd heeft besteld) de contractspartij is en de vergoeding aan de bezorger verschuldigd is, zou er mijns inziens toe leiden dat niet gezegd kan worden dat het platform de tegenprestatie voor de arbeid verschuldigd is. Daarmee zou aan een van de kernelementen van de definitie immers niet zijn voldaan.
In de rechtspraak, bijvoorbeeld de Deliveroo-uitspraken, maar ook in andere kwalificatiezaken,komt wel aan de orde de wijze waarop het loon wordt betaald: via facturen, al dan niet onder het in rekening brengen van btw, etc. Deze modaliteiten zijn, net als de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten, aanwijzingen voor kenmerken die al dan niet bij de arbeidsovereenkomst passen, en zien mijns inziens niet zozeer op het kernelement ‘loon’ uit de definitie van art. 7:610 BW. Hetzelfde geldt voor de hoogte van het loon. Een vergoeding die beduidend hoger ligt dan hetgeen werknemers bijvoorbeeld op basis van de cao ontvangen kan een aanwijzing zijn dat sprake is van een opdrachtovereenkomst, omdat de werkende kennelijk heeft weten uit te onderhandelen dat de kosten (verzekeringen etc.) ook bij de vergoeding moeten worden betrokken. Maar nogmaals, dit ziet niet op het definitie-element van loon.