Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/2.4.3
2.4.3 ECB-Gids
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268493:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zo dient “met name” (en dus niet limitatief) rekening gehouden te worden met zowel strafrechtelijke, civielrechtelijke, financiële en toezichtantecedenten en met tuchtrechtelijke antecedenten en ontslag. In de richtsnoeren ontbreken echter, anders dan in de Nederlandse amvb’s, expliciete bepalingen over lopende civiele procedures, fiscale antecedenten, financiële antecedenten (zoals faillissementen of betalingsproblemen) in de privésfeer, kwesties waarin betrokkene onvoldoende openheid of medewerking heeft betracht jegens de toezichthouder (zonder dat hiervoor een maatregel is opgelegd) en overige conflicten en lopende procedures jegens toezichthoudende instanties die (nog) niet in een maatregel zijn geëindigd.
ECB-Gids voor de beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid, mei 2017, www.bankingsupervision.europa.eu/press/pr/date/2017/html/ssm.pr170515.nl.html. Zie over deze Gids ook Hoofdstuk 1, par. 1.3.5.
ECB-Gids voor de beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid, bijgewerkt in mei 2018 overeenkomstig de gezamenlijk door ESMA en EBA uitgebrachte richtsnoeren inzake geschiktheid, (www.bankingsupervision.europa.eu). Zie, voor een toelichting op de toepassing van de Gids in de praktijk: D. Busch & A. Teubner, ‘Fit and proper assessments within the Single Supervisory Mechanism’, in: D. Busch & G. Ferrarini (red.), European Banking Union, Second Edition, Oxford: Oxford University Press, 2020.
Overweging (32) en art. 4, derde lid, SSM-Verordening, waaruit volgt dat de ECB zich dient te houden aan art. 16 van de EBA-Verordening. Vergelijk ook Overweging (32) van de SSM-Verordening. De ECB maakt voorts deel uit van de raad van toezichthouders van EBA, echter zonder stemrecht (art. 40, eerste lid, aanhef en onder d van de EBA- Verordening).
Art. 16 ESA-Verordeningen. Zie voor een bespreking van deze inspanningsplicht en de juridische status van de richtsnoeren Hoofdstuk 1, par. 1.3.3.
Zie de Confirmation of compliance with guidelines, Guidelines compliance table (ESMA35-43-1215) en, voor wat betreft DNB, de Beleidsregel toepassing Europese toezichthoudende autoriteiten Wft 2019, Stcrt. 2019, 18510. DNB hield overigens, op het punt van de onafhankelijkheid in state, een slag om de arm (zie ook par. 2.5.5).
Het aantal personentoetsingen lag in de periode 2015- 2019 tussen de 2000 en 3000 toetsingen per jaar. Zie ECB, Annual report on supervisory activities 2019, p. 57, https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/publications/annual-report/html/ssm.ar2019~4851adc406.en.html#toc1.
ECB-Gids, p. 10 (Beginsel 3 – Consistentie). De ECB geeft aan “talrijke onderlinge verschillen” te hebben geïdentificeerd op het gebied van de bij de beoordeling van de deskundigheid en betrouwbaarheid gehanteerde nationale beleidslijnen, procedures en praktijken, waaronder verschillende interpretaties van de toepasselijke beoordelingscriteria.
Besluit (EU) 2017/933, Besluit (EU) 2017/935 en Besluit (EU) 2017/ 936. Niet alle toetsingsbeslissingen kunnen door onderafdelingen worden genomen. Zo is de delegatie onder meer beperkt tot positieve, goedkeurende, besluiten en zijn toetsingen bij bepaalde (grote) banken uitgezonderd.
Overweging (6) bij Besluit (EU) 2017/933 en de daar genoemde uitspraken van het Europees Hof van Justitie. Zie ook art. 4 van dit besluit en overweging (7) bij Besluit (EU) 2017/935.
ECB-Gids, p. 7 (“De nationale bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen, voor zover mogelijk, nationale wetgeving te interpreteren en te ontwikkelen overeenkomstig deze beleidslijnen”), en art. 6, derde lid en vijfde lid aanhef en sub a en c SSM-Verordening.
Art. 4, derde lid en 9, eerste lid SSM-Verordening.
In mei 2017 heeft de ECB voor het eerst een Gids gepubliceerd voor de wijze waarop zij de geschiktheid- en betrouwbaarheidsbeoordelingen uitvoert (fit and proper-assessments) bij significante banken, (gemengde) financiële holdings en als onderdeel van het proces van vergunningverlening en afgifte van verklaringen van geen bezwaar.1 De ECB heeft deze Gids in mei 2018 aangepast in lijn met de genoemde nieuwe Richtsnoeren van EBA en ESMA uit 2017 (hierna: “ECB-Gids”).2 Alle bevoegde autoriteiten, waaronder niet alleen nationale toezichthouders zoals AFM en DNB maar ook de ECB worden begrepen,3 dienen zich tot het uiterste in te spannen om aan de Richtsnoeren te voldoen.4 Zowel de ECB als DNB en de AFM hebben aangegeven dat zij de Richtsnoeren in hun toezichtpraktijk zullen toepassen.5
De ECB is direct verantwoordelijk voor de toetsingen bij significante banken en voor toetsingen in het kader van vergunningverlening en de afgifte van verklaringen van geen bezwaar. Dit komt neer op duizenden toetsingen per jaar.6 Bij het uitvoeren van deze toetsingen stuit de ECB op de, zoals uit de Peer Review gebleken, zeer uiteenlopende implementatie en toepassing van de normen uit de CRD IV in de 19 lidstaten in het eurogebied. De ECB wenst daarom zo snel mogelijk te komen tot een geharmoniseerde toepassing van deze normen. De ECB-Gids moet hier behulpzaam bij zijn.7
In ditzelfde licht heeft de ECB besloten om een deel van de besluiten over toetsingen, gezien de grote hoeveelheid, te delegeren aan onderafdelingen.8 De ECB-Gids moet de kaders scheppen waarbinnen deze beslissingen genomen kunnen worden. Deze kaders moeten vast worden omlijnd, omdat het delegeren van discretionaire bevoegdheden in het Europees recht op bezwaren kan stuiten.9
De Gids wordt gepresenteerd als een juridisch niet bindend document, dat vooral praktische waarde moet hebben. Belangrijk doel van de Gids is bijvoorbeeld om antwoord te geven op vragen van banken en bankbestuurders over de wijze waarop de ECB haar toetsingsproces uitvoert. De Gids is een “levend document”. Dit wil echter niet zeggen dat de Gids geen enkele juridische status heeft. De Gids kan beschouwd worden als beleid, opgesteld door de ECB voor de door haar samen met de nationale autoriteiten uit te voeren personentoetsingen. De Gids kan daarmee geen Europese of nationale wetgeving opzij zetten, maar is wel richtinggevend voor zowel de ECB als nationale autoriteiten bij het uitvoeren van deze toetsingen. Voor zover het in de ECB-Gids neergelegde beleid afwijkt van nationaal beleid, dient voorrang te worden gegeven aan de Gids.10
Voor Nederland kan dit relevant zijn omdat, anders dan de betrouwbaarheidstoets, de uitwerking van de geschiktheidstoets voor een groot deel zijn beslag heeft gekregen in de Beleidsregel Geschiktheid in plaats van in wetgeving. Bij het uitvoeren van haar toezicht past de ECB de toepasselijke Uniewetgeving toe.11 Gaat het om richtlijnen, zoals de CRD IV, dan past de ECB de nationale wetgeving toe waarin deze richtlijn is omgezet. De ECB zal daarom bij de toetsing van beleidsbepalers en interne toezichthouders van Nederlandse banken het in de Wft en het Bpr Wft neergelegde betrouwbaarheidssysteem moeten toepassen. De Beleidsregel Geschiktheid is echter geen wetgeving en de ECB is niet per definitie gehouden om deze beleidsregel toe te passen.12