De procesovereenkomst
Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/8.9:8.9 Conclusie
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/8.9
8.9 Conclusie
Documentgegevens:
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS385922:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van het Nederlandse recht hebben procesovereenkomsten, indien partijen hierover niets hebben afgesproken, geen obligatoire werking. Wel kunnen partijen een dergelijke werking expliciet overeenkomen. Daarbij geldt dat een dergelijke afspraak alleen geldig is, indien ook sprake is van een geldige overeenkomst tot afwijking van het procesrecht (paragraaf 8.2-8.6).
In het kader van overeenkomsten met een internationaal karakter, zoals de overeenkomst tot internationale forumkeuze of tot arbitrage, heeft daarbij te gelden dat de vraag of partijen inderdaad verbintenissen zijn overeengekomen, niet wordt behandeld door de Nederlandse proceswetgeving. Gezien het beginsel van eenheid van recht kan echter worden teruggegrepen op de regeling zoals die is ontwikkeld in het burgerlijk recht, waarbij ook buitenlands recht voor toepassing in aanmerking kan komen. De EEX-verordening staat niet aan het aannemen van een obligatoire werking van dergelijke overeenkomsten in de weg, maar kan wel meebrengen dat de verbintenissen niet steeds afgedwongen kunnen worden. Dit is het geval indien hierdoor een inmenging plaatsvindt in de rechtsmacht van de rechter van een andere EEX-staat (paragraaf 8.7).
Voor overeenkomsten tot forumkeuze die beheerst worden door de EEX-verordening geldt dat de verordening er niet aan in de weg staat dat hierbij verbintenissen van partijen in het leven worden geroepen. Deze kwestie wordt geheel overgelaten aan het recht van de verschillende lidstaten. Ook hier geldt echter dat afdwinging van eventuele verbintenissen van partijen geen afbreuk mag doen aan het nuttig effect van de EEX (paragraaf 8.8).