Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.3.4
7.3.4 Het verbod tot vervreemding en bezwaring uit te sluiten, artikel 4:45 lid 2 BW
1
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232355:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Asser/Perrick 4 2017/234.
H.C.F. Schoordijk, Vermogensrecht in het algemeen naar boek 3 van het nieuwe B.W. (titel 1 t/m 5, titel 11), Deventer: Kluwer 1986, p. 248.
Kamerstukken II 1981-1982, 17141, nr. 3, p. 40-41. Zie ook Asser/Perrick 4 2017/234; Handboek Erfrecht, F.W.J.M. Schols 2015/VI.2.6. Vgl. Asser/Perrick 4 2017/234, onder verwijzing naar Breemhaar merkt Perrick op: ‘Het gaat erom dat de goederen niet verder aan het rechtsverkeer worden onttrokken dan maatschappelijk aanvaardbaar is’. Als voorbeeld uit de jurisprudentie kan worden genoemd Hof Arnhem-Leeuwarden 5 maart 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4288, waarover J.L.D.J. Maasland, ‘De nietigheid van het testamentaire vervreemdingsverbod’, TE 2013/3.
Bij artikel 3:83 BW gaat het om de goederenrechtelijke overdraagbaarheid en in hoeverre die beperkt kan worden, kortom vragen ten aanzien van het kunnen overdragen van goederen en rechten.2 Bij artikel 4:45 lid 2 BW gaat het niet om het kunnen overdragen maar om het niet mogen overdragen (en bezwaren). Voor het leesgemak nogmaals de tekst van de bepaling:
‘Een voorwaarde of last die de strekking heeft de bevoegdheid tot vervreemding of bezwaring van goederen uit te sluiten, wordt voor niet geschreven gehouden.’
Omdat artikel 3:83 BW al een groot gedeelte van het verbod op het overdraagbaar maken van goederen bestrijkt, is artikel 4:45 lid 2 BW maar van beperkt belang. Het verbiedt slechts obligatoir, het niet mogen overdragen of bezwaren van goederen voor zover dat verder gaat dan op basis van artikel 3:83 BW aan beperkingen is toegestaan.
Verder is van belang, dat bij de interpretatie van artikel 4:45 lid 2 BW mag worden aangenomen dat wat bij leven mogelijk is, ook bij dode moet kunnen, tenzij uit het recht anders voortvloeit. Daardoor acht ik beperkingen ten aanzien van de overdraagbaarheid die mogelijk zijn op grond van artikel 3:83 BW, ook mogelijk ten aanzien van erfrechtelijke verkrijgingen, zodat deze niet bestreden worden door artikel 4:45 lid 2 BW.
Als artikel 4:45 lid 2 BW alleen zag op het uitsluiten van vervreemding en bezwaring van goederen, zou hiermee het hele verhaal zijn verteld. Artikel 4:45 lid 2 BW gaat echter verder dan het bestrijden van de voorwaarde of de last die het verbod tot vervreemding of bezwaring van een krachtens erfrecht verkregen goed uitsluit. Ook de voorwaarde of last die de strekking heeft vervreemding of bezwaring uit te sluiten wordt bestreden. Hierin schuilt de werkelijke problematiek van artikel 4:45 lid 2 BW, of een voorwaarde de strekking heeft vervreemding of bezwaring uit te sluiten kan alleen in een concrete casus worden beoordeeld. Daarbij kan de voorwaarde of last zijn ‘verborgen’, zo laat Schoordijk zien aan hand van een ongepubliceerde uitspraak van Rechtbank Breda van 19 juni 1984. In de berechte casus ging het om een uiterste wilsbeschikking met de volgende inhoud:
‘a) dat Landgoed X zal worden geacht als te behoren bij en een geheel uit te maken met de overige tot de Stichting behorende vaste goederen.
b) dat Landgoed X zal worden gebezigd tot het doel waarvoor de Stichting werd opgericht.’
Het doel van de stichting was de ziekenzorg.
De rechtbank was van oordeel dat artikel 931 (oud) BW, de voorloper van het huidige artikel 4:45 lid 2 BW, zich er tegen verzet dat bovenstaande bepaling zou leiden tot een gehele of gedeeltelijke onvervreemdbaarheid het van het landgoed.3 Omdat de vraag of sprake is van overtreding van artikel 4:45 lid 2 BW in een concrete situatie moet worden getoetst aan de openbare orde en goede zeden,4 meen ik dat elk van de onder a) en b) opgenomen bepalingen op zichzelf beschouwd niet in strijd zijn met het verbod vervreemding of bezwaring uit te sluiten. In samenhang bezien echter, is wel sprake van een voorwaarde of last die de strekking heeft vervreemding en bezwaring uit te sluiten.