Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.4.2
7.4.2 De leer van het globale evenwicht
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399098:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Cnossen, S. (1979), 'Grondslagen en stelsels van vennootschapsbelasting in de EG', MBB 1979/7-8, blz. 281-299.
Vgl: Goosen, H.P.J. (1991), supra noot 5, blz. 12.
Kamerstukken II, 1962-1963, 6 000, nr. 9, blz. 2.
Vgl: Verburg, J. (2000), supra noot 7, blz. 27. Zie ook: Kamerstukken II, 1958-1959, 5 380, nr. 3, blz. 15. De wetgever overwoog: Meer gepreciseerd is de betekenis van deze belasting hierin gelegen, dat het fiscale regime voor de sectoren van de bedrijvige rechtspersonen en van de persoonlijke ondernemingen in haar geheel een zeker evenwicht bereikt, een toestand waarbij als meer algemeen verschijnsel wordt voorkomen dat, aangelokt door een overwegend gunstiger positie, belangrijke aantallen ondernemingen die, naar haar aard en omvang beoordeeld, bepaaldelijk niet in aanmerking zouden moeten komen om in de vorm van een naamloze vennootschap te worden georganiseerd, naar de sector van de rechtspersonen emigreren'. Kamerstukken II, 1958-1959, 5 380, nr. 3, blz. 16.
Cnossen, S. (1979), supra noot 49, blz. 281-299.
Cnossen, S. (1979), supra noot 49, blz. 281-299.
Rensema, J. (1976), 'Fiscale winst en draagkracht van zelfstandigen', Deventer: Kluwer, blz. 15.
Kempen, M.L.M. van (1999a), supra noot 8, blz. 83.
De leer van het globale evenwicht rechtvaardigt een aparte vennootschapsbelasting om een globaal evenwicht in belastingdruk te bewerkstelligen. De fiscale gevolgen van de rechtsvorm hebben zodoende geen invloed op de keuze voor een rechtsvorm. Het globale evenwicht houdt in dat de som van de vennootschapsbelasting en de contante waarde van de inkomstenbelasting over uitgekeerd dividend en nog niet uitgedeelde vennootschapswinst, ongeveer gelijk is aan de progressieve inkomstenbelasting die een ondernemer/natuurlijk persoon over zijn winst betaalt.1 De dubbele druk op de dividenden speelt in deze theorie een belangrijke rol, aangezien hiermee de gelijke belastingdruk wordt beoogd. Zonder deze dubbele heffing kon namelijk de belastingheffing over de gereserveerde winst worden uitgesteld. De mogelijkheid tot het verschuiven van inkomen die daardoor ontstaat, leidt met name bij ondernemingswinsten tot uiterst onredelijke gevolgen.2 De wetgever overwoog hieromtrent: 'Zo wordt door de hier aan het woord zijnde leden onder meer — en de ondergetekenden kunnen hen daarin volgen — de voorkoming van ongewenste verstoringen aan concurrentie-verhoudingen tussen particuliere ondernemingen en n.v. 's als argument van de onderhavige belasting aangevoerd '.3 De regering meende met de vennootschapsbelasting een dam op te werpen tegen het verschijnsel dat een massale emigratie naar de sector van de rechtspersonen zou worden geïnspireerd door overwegingen van fiscale aard.4
In de literatuur is geconcludeerd dat het fundament van de globale evenwichtsgedachte inhoudelijk te zwak is om als bestaansreden voor de vennootschap-belasting te fungeren.5 De idee van het globale evenwicht raakt niet de kern van de verhouding vennootschapsbelasting-inkomstenbelasting omdat zij niet onafhankelijk van de maatstaf en het tarief is gedefinieerd.6 Er is slechts een evenwichtspunt bij een bepaalde grootte van de winst. Dat evenwichtspunt kan slechts globaal berekend worden, maar dat is toch iets heel anders dan een globaal evenwicht.7 De leer van het globale evenwicht verklaart ook niet waarom de winst van personenvennootschappen (met natuurlijke personenvennoten) in beginsel in het inkomstenbelastingregime wordt betrokken, terwijl voor kapitaalvennootschappen het vennootschapsbelastingregime toepasselijk is.8 Deze leer geeft hierdoor niet een dieper inzicht in de achterliggende redenen van de tweedeling. De rechtvaardiging van de vennootschapsbelasting is binnen de evenwichtstheorie gelegen in de functie van de vennootschapsbelasting. Deze belasting dient de vlucht naar fiscaal aantrekkelijkere rechtsvormen te voorkomen. Dit argument is echter al gebaseerd op een scheiding van vennootschappen die transparant zijn, waarbij de winst als winst uit onderneming aan de vennoten zelf wordt toegerekend, en vennootschappen die niet transparant zijn en waarin dit dus niet het geval is.