RvdW 2026/400:Opzettelijk telen, bereiden, bewerken en verwerken, dan wel aanwezig hebben van hennep (art. 3 onder B en 3 onder C Opiumwet) en diefstal d.m.v. braak van elektriciteit (art. 311 lid 1 onder 5 Sr) door eigenaar van woning waar hennepkwekerij is aangetroffen. Bewijsklachten plegen. Is verdachte als eigenaar van woning verantwoordelijk voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit? Bewezenverklaring van tlgd. kan, v.zv. die bewezenverklaring inhoudt dat verdachte (als pleger) opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad in periode van 15 november 2020 tot en met 22 november 2020, en in periode van 19 juli 2020 tot en met 22 november 2020 d.m.v. braak elektriciteit heeft weggenomen, niet zonder meer uit bewijsvoering worden afgeleid. Uit bewijsmiddelen volgt geen directe betrokkenheid van verdachte bij teelt van hennep en diefstal van elektriciteit en ook niet dat verdachte wetenschap had van aanwezigheid van hennepplanten in haar woning, terwijl b.m. aanwijzingen bevatten dat derden betrokken waren bij hennepkwekerij en aanleg daarvan. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2026/401.