Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/31.5
31.5 Voorgenomen modernisering van de AWR
prof. mr. M.W.C. Feteris, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. M.W.C. Feteris
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2009/10, 32130, 3, p. 86 e.v.
Zie daarover nader Feteris 2010, p. 371-372.
Als de belastingplichtige het niet eens is met een aangekondigde afwijking van de aangifte, zou de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking echter gelijktijdig met de aanslag moeten nemen, als de belastingplichtige daarmee instemt. In dat geval zou geen verzoek tot herziening nodig zijn.
Zie de adviezen van de Nederlandse Orde van Advocaten en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Zie verder onder andere J.A.R. van Eijsden, ‘Vereenvoudiging van het formele verkeer tussen belastingplichtige en Belastingdienst. Quo vadis?’, WFR 2012/1475; E.B. Pechler, ‘Kanttekeningen bij de voorgestelde herzienings- en navorderingsregeling’, FED 2013/104, en E. Poelmann, ‘Van herziening en rechtsbescherming bij herziening’, FED 2013/105.
Kamerstukken II 2016/17, 34550 IX, 24. De minister-president heeft eind 2017 de intrekking van het wetsvoorstel aangekondigd, zie Kamerstukken II 2017/18, 34700, 50.
Een vergaande afwijking van het stelsel van de Awb lag besloten in plannen van de Staatssecretaris van Financiën voor modernisering van de AWR. Volgens een notitie uit 2009 zou die modernisering ertoe moeten leiden dat het toezenden van een beschikking aan de belastingplichtige niet langer standaard zal zijn.1 Dat is een gedachte die de belastingheffing ver zou doen afdrijven van de Awb.2 Aan die gedachte wordt echter niet langer vastgehouden in het wetsvoorstel vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst, dat de Staatssecretaris in 2013 heeft ingediend.3 De belastingaanslag blijft in dat voorstel bestaan als beschikking in de zin van de Awb. Een principiële wijziging is wel dat volgens het wetsvoorstel aanslagen voor (onder meer) de inkomstenbelasting niet meer vatbaar zijn voor bezwaar. Als de belastingplichtige het niet met zo’n aanslag eens is, zou hij volgens het voorstel eerst om herziening daarvan moeten vragen. Pas tegen de beschikking die een (gedeeltelijke) afwijzing van zo’n verzoek om herziening inhoudt, zou bezwaar komen open te staan. De achterliggende gedachte is dat een verzoek tot verlaging van een aanslag vaak berust op het verstrekken van nadere gegevens door de belastingplichtige, doorgaans als aanvulling op de eigen belastingaangifte, zonder dat sprake is van een geschil. De bezwaarfase zou in verband daarmee naar het oordeel van de Staatssecretaris alleen moeten gelden als er na zulke aanvullingen wel een geschil blijkt te bestaan. De memorie van toelichting verduidelijkt echter niet waarom de bezwaarfase bij het verstrekken van nadere gegevens niet functioneel zou kunnen zijn. De voorgestelde regeling bemoeilijkt bovendien de toegang tot rechtsbescherming voor de belastingplichtige. Die zou tweemaal in actie moeten komen (een verzoek om herziening en een bezwaarschrift) voordat hij toegang heeft tot de bezwaarfase.4 Dat zou ook een forse afwijking zijn van het uitgangspunt van de Awb dat tegen iedere beschikking bezwaar openstaat. Zo’n afwijking bestaat trouwens al voor voorlopige aanslagen in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.5 Maar daar volgt ten minste nog altijd een Awb-conforme, toegankelijke bezwaarfase als de definitieve aanslag is opgelegd.
Het wetsvoorstel vereenvoudiging formeel verkeer heeft op dit punt ook forse kritiek ontmoet.6 Het voorstel is sindsdien een stille dood aan het sterven. De Staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer in 2017 laten weten dat het wetsvoorstel is achterhaald: naar het oordeel van de belastingdienst biedt verdergaande automatisering mogelijkheden om het proces van aanvullingen op de aangifte te stroomlijnen met behoud van rechtsbescherming.7 Daarmee is deze (dreigende) divergentie tussen Awb en fiscaliteit naar mag worden aangenomen van de baan.