Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/5.3.5
5.3.5 Beperkte rechten
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264377:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Wille/Scott & Scott 1987, p. 40 en 70-72; Van der Merwe 1989, p. 615-616 en 652-653; Kritzinger 1999, p. 27-28 en 47; Lubbe & Scott 2008, nr. 335 en 412; Wille/Du Bois e.a. 2007, p. 632 en 645; Brits 2016, p. 27-28 en 111 en 121.
Wille/Scott & Scott 1987, p. 40 en 120; Van der Merwe 1989, p. 615-616; Wille/Du Bois e.a. 2007, p. 632; Lubbe & Scott 2008, nr. 335; Brits 2016, p. 27-28.
Vgl. Wille/Scott & Scott 1987, p. 40 en 70-71; Van der Merwe 1989, p. 615-616; Wille/Du Bois e.a. 2007, p. 632; Lubbe & Scott 2008, nr. 335. Zij verwijzen naar D. 20,1,11,2 (Marcianus); Van Leeuwen, Rooms-Hollands-Regt, nr. 4.13.2; Voet, Ad Pandectas I, nr. 20.3.1; De Groot, Inleydinge, nr. 2.48.2.
Het erfpachtrecht zelf was ten onrechte niet ingeschreven in de openbare registers, zodat in casu geen sprake was van een onroerend registergoed dat in mortgage moest worden gegeven, maar van een goed dat vatbaar was voor pledge: Supreme Court of Transvaal 10 november 1904, Smith v Farrelly’s Trustee, 1904 TS 957, p. 961.
Supreme Court of Transvaal 10 november 1904, Smith v Farrelly’s Trustee, 1904 TS 957, p. 956.
Supreme Court of Transvaal 10 november 1904, Smith v Farrelly’s Trustee, 1904 TS 957, p. 954.
Beperkte rechten zijn naar Zuid-Afrikaans recht vatbaar voor mortgage of pledge. Welk zekerheidsrecht op een beperkt recht komt te rusten, hangt af van het antwoord op de vraag of het moederrecht waarop dit beperkte recht rust roerend of onroerend is. Roerende goederen zijn vatbaar voor pledge, onroerende goederen zijn vatbaar voor mortgage. Evenzo rust op een beperkt recht op een roerend goed een recht van pledge en op een beperkt recht op een onroerend goed een recht van mortgage.1 Voorbeelden van beperkte rechten waarop naar Zuid-Afrikaans recht een recht van pandgebruik kan rusten, zijn het recht van vruchtgebruik (usufruct) en het recht van erfpacht (registered long-term lease).2 De pandgebruiker oefent dit recht uit door het beperkte recht zelf uit te oefenen.3
In de zaak Smith v Farrelly’s trustee had Smith een recht van pledge op een erfpachtrecht.4 Na totstandkoming van het recht van pledge hield Smith het erfpachtrecht voor zichzelf, hij werd gekwalificeerd als bezitter. Smith was bovendien bevoegd om het erfpachtrecht uit te oefenen.5 Volgens zijn raadsman gedroeg Smith zich zelfs als bezitter van (het eigendomsrecht op) de grond. Bovendien voldeed hij de erfpachtcanon.6 Uit deze omschrijving vloeit voort dat Smith als pandgebruiker het erfpachtrecht zelf uitoefende.