Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/6.5.2
6.5.2 Engeland
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708308:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Deze procedure is geïntroduceerd met de Corporate Insolvency and Governance Act 2020 (c. 12) die in werking trad op 26 juni 2020.
Part 26 en 26A van de Companies Act 2006. Zie voor een kort overzicht van beide procedures Keay, Walton & Curl 2022, nr. 3.145-3.165 en voor een uitvoerige behandeling, inclusief diverse case studies, Pilkington & Stoner 2022.
Voor een kort overzicht van de procedure, zie (ook) Keay, Walton & Curl 2022, nr. 3.127-3.144.
Zie voor een rechtsvergelijkende studie naar onder meer de scheme of arrangement en de WHOA Mennens 2020. Voor een rechtsvergelijkende studie naar de positie van aandeelhouders in de scheme of arrangement, de CVA en de WHOA zij verwezen naar Moulen Janssen 2020.
Goode/Van Zwieten 2018, par. 11-18. Zie over de administration procedure uitgebreider hoofdstuk 7.4.2.
Insolvency Act 1986 section 84.
Insolvency Act 1986 section 117 en 122.
Keay, Walton & Curl 2022, nr. 3.227; Fletcher 2017, nr. 17-007.
‘Company Insolvency Statistics April to June 2022’, te downloaden via www.gov.uk/government/statistics/company-insolvency-statistics-april-to-june-2022 (gedownload op 15 september 2022). Het aantal company insolvencies bestaat verder uit 115 CVA’s en 1 receivership procedure. Zie over de receivership, een procedure die nog weinig relevantie heeft in Engeland, kort hoofdstuk 7.4.1.
Finch & Milman 2017, p. 454. Zie over deze instemmingsprocedures ook Keay, Walton & Curl 2022, nr. 3.096-3.100.
In beginsel binnen vijf werkdagen na kennisgeving van de beslissingsprocedure op grond van Insolvency Rules 2016 r.15.6(1).
Insolvency Act 1986 section 246ZE(3) en (7).
Insolvency Rules 2016 r.15.3.
Insolvency Act 1986 section 246ZF(1) en (2).
Insolvency Act 1986 section 246ZF(3)-(6). Ook als gebruik wordt gemaakt van de deemed consent procedure, kunnen schuldeisers een fysieke vergadering verlangen, zie Kerr & Hunter/Robinson & Walton (red.) 2020, nr. 25-37.
Insolvency Act 1986 section 246ZF(5)(b).
Insolvency Rules 2016 r.15.28(1).
Insolvency Rules 2016 r.15.33.
Kerr & Hunter/Robinson & Walton (red.) 2020, nr. 25-53.
Insolvency Rules 2016 r.15.35(1) en (3).
Insolvency Rules 2016 r.15.34(1). In administration is een voorstel toch niet aangenomen als de meerderheid van het bedrag van de stemgerechtigde schuldeisers tegen heeft gestemd als de gelieerde schuldeisers buiten beschouwing worden gelaten (Insolvency Rules 2016 r.15.34(1)).
De vennootschapsrechtelijke algemene vergadering, niet de verwarren met de schuldeisersvergadering.
Insolvency Act 1986 section 84(1) in verbinding met Companies Act 2006 section 283. Hieruit volgt dat ook quorum van 75% geldt.
Insolvency Act 1986 section 100(2) en (3).
Insolvency Act 1986 section 101(1). Zie ook Insolvency Rules 2016 r.6.19.
Zie hierover ook Goode/Van Zwieten 2018, par. 5-07.
Insolvency Rules 2016 r.18.20(3).
Insolvency Act 1986 section 246ZF(2).
Insolvency Rules 2016 r.18.23.
Insolvency Act 1986 section 195(1)(b).
Insolvency Act 1986 section 136.
Goode/Van Zwieten 2018, par. 5-10. In de Nederlandse literatuur is meerdere keren de gedachte opgeworpen om in Nederland een soortgelijke functie te creëren. Daarmee worden overheidstaken die de curator moet vervullen ook door een overheidsfunctionaris vervuld, aldus Van Apeldoorn 2009, p. 295-296. Ook zou de lege boedelproblematiek opgelost kunnen worden door aanstelling van een official receiver. Zie in dat kader bijvoorbeeld de conclusie van A-G Timmerman voor HR 18 december 2015, NJ 2016/172 (Hoeksma q.q./R.M. Trade), par. 3.4 en Vriesendorp, TvI 2007/29. Zie ook Van Wingerden & Damkot 2022, par. 16.1.1.4.
Insolvency Act 1986 section 141. Overigens geldt die verplichting niet voor de official receiver.
Insolvency Rules 2016 r.18.20(3).
Insolvency Rules 2016 r.18.22 en Schedule 11. Zie hierover Keay, Walton & Curl 2022, nr. 7.092.
Insolvency Act 1986 section 168(1).
Keay, Walton & Curl 2022, nr. 5.093.
Insolvency Act 1986 section 168(2)(a).
Chancery Division 25 februari 2016, [2016] Bus. L.R. 506 (Longmeade Ltd), p. 508, r.o. 66.
Zie hierover uitgebreider hoofdstuk 7.4.2.
Insolvency Act 1986 Sched. B1, par. 57 in verbinding met Insolvency Rules 2016 r.3.39.
In een onderzoek uit 2010 werden 33 schuldeisers geïnterviewd, waarvan slechts 4 schuldeisers (waaronder 3 behorend tot de HMRC – kort gezegd de Britse belastingdienst) ooit een schuldeisersvergadering hadden bezocht. Administrators die werden ondervraagd schatten in dat schuldeisers zonder zekerheidsrecht afwezig waren op 95% van de schuldeisersvergaderingen. Zie The market for corporate insolvency practitioners, een marktstudie van de Office of Fair Trading, juni 2010, p. 42.
Insolvency Rules 2016 r.18.18 en 18.23. Zie ook Keay, Walton & Curl 2022, nr. 7.091.
Insolvency Rules 2016 r.17.3.
Zie voor de commissie in administration en compulsory liquidation Insolvency Rules 2016 r.17.3 en voor de commissie in CVL Insolvency Act 1986 section 101(1).
Insolvency Act 1986 section 101(2). Op grond van section 101(3) kunnen de schuldeisers bepalen dat de door de aandeelhouders benoemde personen niet geschikt zijn om lid te zijn van de commissie. In dat geval worden deze personen in beginsel geen lid van de commissie, tenzij de rechtbank anders bepaalt.
Insolvency Rules 2016 r.17.3(3).
Chancery Division 16 mei 1991, [1991] B.C.C. 503 (Polly Peck International Plc (No1)), p. 508.
Insolvency Rules 2016 r.17.2.
Keay, Walton & Curl 2022, nr. 9-023.
Insolvency Act 1986 Sched. B1, par. 57(3).
Insolvency Rules 2016 r.17.23.
Insolvency Rules 2016 r.17.23(8).
Zie Insolvency Rules 2016 r.18.18(2) voor administration en Insolvency Rules 2016 r.18.20(2) voor liquidation.
Insolvency Act 1986 Sched. B1, par. 91(1)(a).
Insolvency Act 1986 Sched. B1, par. 98(2)(b).
Zie aldus in het kader van de administration Chancery Division 28 oktober 2005, [2006] B.C.C. 463 (SISU Capital Fund Ltd v Tucker), r.o. 10. Zie voor een uitzondering op deze regel in CVL Insolvency Act 1986 section 110(2) en (3)(b).
In een CVL is dat mogelijk op grond van Insolvency Act 1986 section 112 en in een compulsory liquidation op grond van Insolvency Act 1986 section 168(5). Vergelijk het Nederlandse artikel 69 Fw.
Keay, Walton & Curl 2022, nr. 9-025. Aldus ook (in het kader van de administration) Bork, Int. Insolv. Rev. 2012, afl. 2, par. IV A.
Insolvency Rules 2016 r.17.16.
Insolvency Rules 2016 r.17.18.
Insolvency Rules 2016 r.17.19. Zie hierover ook Kerr & Hunter/Robinson & Walton (red.) 2020, nr. 25-91.
Keay, Walton & Curl 2022, nr. 9-037.
Insolvency Rules 2016 r.17.25.
Insolvency Rules 2016 r.17.26.
Keay, Walton & Curl 2022, nr. 9-060.
Insolvency Rules 2016 r.17.24.
Procedures
De Britse insolventieprocedures die beschikbaar zijn voor ondernemingen zijn niet alleen geregeld in de Insolvency Act 1986, maar ook in de Companies Act 2006. In de Companies Act 2006 zijn de scheme of arrangement en de restructuring plan1 geregeld.2 Beide procedures zijn, net als de in de Insolvency Act 1986 geregelde company voluntary arrangement (CVA),3 zogenaamde debtor in possession procedures en (in ieder geval in enige mate) vergelijkbaar met de Nederlandse WHOA.4 Die procedures komen in deze paragraaf niet aan de orde.
In deze paragraaf sta ik uitsluitend stil bij de insolventieprocedures voor ondernemingen die onder toezicht van een insolventiefunctionaris staan. Het betreft dan de administration, de creditors’ voluntary liquidation (CVL) en de compulsory liquidation. De administration kan worden gebruikt als reorganisatieprocedure, maar wordt vaker gebruikt als liquidatieprocedure.5 De CVL (in de Insolvency Act 1986 creditors’ voluntary winding up genoemd) en de compulsory liquidation (in de Insolvency Act 1986 winding up by the court genoemd) zijn allebei liquidatieprocedures. De CVL wordt geopend door de vennootschap,6 terwijl de compulsory liquidation wordt geopend door de rechter.7 Mede om die reden zijn op beide procedures verschillende regels van toepassing.8 Telkens wordt duidelijk aangegeven over welke procedure het gaat, tenzij het gaat om regels die van toepassing zijn op alle in deze paragraaf behandelde procedures. Om de verschillende procedures in perspectief te plaatsen kan gekeken worden naar het aantal insolventieprocedure dat in 2021 werd geopend. In 2021 werden 14.058 company insolvencies geregistreerd. Dit betroffen onder meer 490 compulsory liquidations, 12.656 creditors’ voluntary liquidations en 796 administrations.9
Het overgrote deel van de Insolvency Act 1986 is van toepassing op Engeland, Wales en Schotland. Voor Schotland gelden regelmatig afwijkende regels die ook zijn opgenomen in de Insolvency Act 1986. Noord-Ierland heeft met The Insolvency (Northern Ireland) Order 1989 een eigen insolventierechtelijk regime. In dit hoofdstuk wordt uitsluitend ingegaan op wet- en regelgeving die geldt in Engeland en Wales. Gemakshalve wordt in de regel uitsluitend Engeland genoemd. Diverse onderdelen van de Insolvency Act 1986 zijn voor Engeland en Wales uitgewerkt in The Insolvency (England and Wales) Rules 2016.
In het vervolg van deze paragraaf wordt eerst aandacht besteed aan de wijze waarop schuldeisersvergaderingen in het algemeen in Engeland worden gehouden. Daarna wordt de schuldeisersvergadering nader uitgewerkt ten aanzien van de verschillende Engelse insolventieprocedures die in deze paragraaf kort zijn genoemd. Ingegaan wordt onder meer op de bevoegdheden van de schuldeisersvergaderingen. Afgesloten wordt met een behandeling van de instelling en bevoegdheden van de schuldeiserscommissie.
Schuldeisersvergadering algemeen
In de meeste gevallen wordt geen fysieke schuldeisersvergadering gehouden. Schuldeisers nemen sinds 6 april 2017 in beginsel beslissingen via een zogeheten qualifying decision procedure of een deemed consent procedure.10 Een fysieke schuldeisersvergadering mag uitsluitend worden gehouden als ten minste 10 schuldeisers, 10% van het totale aantal schuldeisers of schuldeisers die ten minste 10% van de waarde van de vorderingen vertegenwoordigen daartoe tijdig11 een verzoek doen.12 Wordt een dergelijk verzoek niet gedaan, dan worden beslissingen door middel van een qualifying decision procedure op afstand genomen, bijvoorbeeld door middel van een elektronische stemming of een virtuele vergadering.13 In veel gevallen is ook een deemed consent procedure mogelijk.14 In dat geval wordt een voorstel dat wordt voorgelegd aan de schuldeisers als aangenomen beschouwd, tenzij schuldeisers die ten minste 10% van de vorderingen vertegenwoordigen bezwaar maken tegen het voorstel.15 Als voldoende schuldeisers bezwaar maken, kan het voorstel opnieuw aan de schuldeisers worden voorgelegd via een qualifying decision procedure.16
Stemgerechtigd zijn de schuldeisers die niet later dan de beslissingsdatum of, in het geval van een daadwerkelijke vergadering, in beginsel uiterlijk 16.00 uur op de dag voor de vergadering bewijs van hun vordering hebben overgelegd aan degene die de vergadering bijeengeroepen heeft.17 Degene die de vergadering bijeengeroepen heeft, beslist of en voor welk bedrag een schuldeiser stemgerechtigd is.18 Tegen een dergelijke beslissing kan binnen 21 dagen beroep worden ingesteld bij de rechtbank.19 Neemt de rechtbank een andere beslissing, dan kan de rechtbank bepalen dat door de schuldeisersvergadering een nieuwe beslissing moet worden genomen. De rechtbank kan ook een andere beslissing nemen die zij billijk acht.20 De schuldeisersvergadering neemt in beginsel besluiten met een gewone meerderheid van het bedrag van de vorderingen waarvoor een stem is uitgebracht.21
Schuldeisersvergadering in CVL
Het besluit tot voluntary winding up wordt genomen door de algemene vergadering22 met een versterkte meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen.23 Tijdens de algemene vergadering waarop het besluit wordt genomen kan de vennootschap ook een liquidator voordragen. Binnen zeven dagen nadat het besluit tot voluntary winding up is genomen, moet het bestuur een statement of affairs opstellen en opsturen aan de schuldeisers. De schuldeisers moeten ook in de gelegenheid worden gesteld een liquidator voor te dragen. Als de vennootschap en de schuldeisers verschillende personen hebben voorgedragen als liquidator, heeft de persoon die door de schuldeisers is voorgedragen voorrang, tenzij de rechtbank anders bepaalt.24 De schuldeisers moeten gelijktijdig de gelegenheid krijgen om een liquidation committee in te stellen, bestaande uit maximaal vijf personen.25 Beide beslissingen worden in beginsel genomen conform de deemed consent procedure of door middel van een qualifying decision procedure.26
Als geen liquidation committee is ingesteld, hebben schuldeisers verder de bevoegdheid het salaris van de liquidator vast te stellen door middel van een qualifying decision procedure.27 Het is niet mogelijk om het salaris vast te stellen via een deemed consent procedure.28 Als het salaris van de liquidator niet wordt vastgesteld door de schuldeisers, dan kan het salaris worden vastgesteld door de rechtbank.29 Tot slot heeft de rechtbank de bevoegdheid om gebruik maken van een qualifying decision procedure of een deemed consent procedure om de wensen van de schuldeisers boven tafel te krijgen.30
Schuldeisersvergadering in compulsory liquidation
De compulsory liquidation kan worden geopend door de rechtbank op verzoek van onder meer de vennootschap en een of meer schuldeisers. Totdat iemand anders wordt aangesteld tot liquidator wordt deze functie vervuld door de official receiver, een overheidsorgaan. De official receiver kan onder meer de schuldeisers raadplegen om iemand anders als liquidator voor te dragen. Gaat de official receiver daar niet uit zichzelf toe over, dan is hij daartoe verplicht op verzoek van schuldeisers die ten minste 25% van de waarde van de vorderingen vertegenwoordigen.31 In de praktijk zal een liquidator een benoeming alleen aanvaarden als er voldoende middelen zijn om zijn salaris te betalen. In andere gevallen blijft de official receiver de liquidator.32 Ook in compulsory liquidation kunnen de schuldeisers en de aandeelhouders besluiten tot instelling van een liquidation committee. Als uitsluitend de schuldeisers een liquidation committee wensen dan wordt een liquidation committee ingesteld, tenzij de rechtbank anders beslist. De liquidator moet een beslissing uitlokken over het instellen van een committee als daarom wordt verzocht door schuldeisers die ten minste een tiende van de waarde van de vorderingen vertegenwoordigen.33
De schuldeisers hebben, net als in de CVL, de bevoegdheid om het salaris van de liquidator vast te stellen als geen liquidation committee is ingesteld.34 Wordt het salaris niet tijdig vastgesteld, dan wordt de vergoeding berekend op basis van de Insolvency Rules.35 In compulsory liquidation heeft de liquidator verder de bevoegdheid om over elke willekeurige kwestie een beslissing uit te lokken van de schuldeisers.36 Een voorbeeld van een kwestie waarover een liquidator de beslissing van de schuldeisers kan vragen is het starten van een potentieel kostbare procedure.37 Als schuldeisers die ten minste 10% van de waarde van de vorderingen vertegenwoordigen daarom verzoeken, is de liquidator verplicht een beslissing van de schuldeisers uit te lokken.38 De liquidator is niet gebonden aan een dergelijke beslissing, maar moet in beginsel wel gewicht toekennen aan de mening van de meerderheid van de schuldeisers.39 Schuldeisers kunnen met dit recht de liquidator dus adviseren, maar hebben geen doorslaggevende zeggenschap.
Schuldeisersvergadering in administration
Anders dan in liquidation wordt de administrator niet aangesteld door de schuldeisers. Die aanstelling geschiedt door een zekerheidsgerechtigde schuldeiser, de vennootschap zelf of de rechtbank. De schuldeisers hebben in beginsel wel de mogelijkheid een beslissing te nemen over voorstellen die worden gedaan door de administrator om één van de doelen van de administration te realiseren.40 Gelijktijdig moeten de schuldeisers in de gelegenheid worden gesteld een beslissing te nemen over de instelling van een schuldeiserscommissie.41 Ook dergelijke beslissingen worden in beginsel genomen door middel van een deemed consent procedure of een qualifying decision procedure. Deze snelle(re) en goedkope(re) manieren van het nemen van beslissingen door schuldeisers zijn zinvol, omdat schuldeisersvergaderingen in administration in het verleden nauwelijks werden bezocht door schuldeisers zonder zekerheidsrecht.42 Voor het vaststellen van de beloning van de administrator gelden dezelfde regels als in de CVL, met dien verstande dat de beloning wordt vastgesteld door de zekerheidsgerechtigde schuldeisers als geen uitkering kan worden gedaan aan de schuldeisers zonder zekerheidsrecht. Als wel een uitkering kan worden gedaan aan de preferente schuldeisers, dan mogen ook de preferente schuldeisers een beslissing nemen over de beloning van de administrator.43
Schuldeiserscommissie
Aan de orde kwam reeds dat de schuldeisers in beginsel beslissen over de instelling van een schuldeiserscommissie of (in liquidation) liquidation committee. De commissie heeft telkens ten minste drie leden.44 De commissie bestaat uit maximaal vijf schuldeisers.45 Als in CVL een commissie is ingesteld, dan mogen ook de aandeelhouders maximaal vijf leden benoemen.46 Onder omstandigheden mogen de aandeelhouders in een compulsory liquidation maximaal drie leden benoemen. Die mogelijkheid bestaat echter niet als de compulory liquidation is geopend omdat de schuldenaar zijn schulden niet meer kon betalen.47 Als meer dan vijf schuldeisers zich kandidaat stellen voor het lidmaatschap van de commissie, dan kunnen de schuldeisers hun stem uitbrengen en worden de vijf schuldeisers met de meeste stemmen (in waarde van vorderingen) benoemd tot lid van de commissie.48
De commissie heeft niet alleen een assisterende en adviserende taak,49 maar ook een toezichthoudende rol.50 Die toezichthoudende rol komt in administration naar voren in de bevoegdheid van de commissie om de administrator op te roepen tot het bijwonen van een vergadering en informatie te verstrekken over de wijze waarop hij zijn taak uitoefent.51 Ook de liquidator moet aan de commissie niet alleen algemene informatie verstrekken over de voortgang van de procedure, maar in beginsel ook de informatie die wordt verzocht door de commissie. Dat is alleen anders als het verzoek lichtzinnig (frivolous) of onredelijk is, de kosten om aan een informatieverzoek te voldoen niet in verhouding staan tot het belang van de verzochte informatie of er onvoldoende middelen zijn om aan het verzoek te voldoen.52 De commissie en haar leden hebben ook toegang tot de boedeladministratie.53
Een andere bevoegdheid van de commissie is het vaststellen van de beloning van de insolventiefunctionaris.54 In administration heeft de commissie daarnaast ten aanzien van de administrator die door de rechtbank is benoemd het recht om de rechtbank te verzoeken de administrator te vervangen55 en de administrator kwijting van aansprakelijkheid te verlenen56. De insolventiefunctionaris heeft in beginsel geen instemming van de commissie nodig om zijn taak uit te oefenen.57 Dat wil niet zeggen dat de commissie geen betekenis heeft. Als de rechter, al dan niet op verzoek van een schuldeiser,58 een beslissing neemt in een insolventieprocedure, dan zal veel belang worden gehecht aan de mening van de commissie.59
Een vergadering van de commissie kan alleen worden gehouden als de leden tijdig zijn opgeroepen en als ten minste twee commissieleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.60 Ieder lid van de commissie heeft één stem. Een besluit is aangenomen door de commissie als een gewone meerderheid van de aanwezige commissieleden voor het besluit heeft gestemd.61 Een besluit kan ook buiten vergadering worden genomen als de insolventiefunctionaris een voorgenomen besluit doet toekomen aan alle leden en de meerderheid van de stemgerechtigde leden de insolventiefunctionaris laat weten in te stemmen met het besluit. Het besluit kan niet buiten vergadering worden genomen als een lid van de commissie binnen vijf werkdagen verlangt dat toch een vergadering wordt gehouden.62
Leden van de commissie zijn afgevaardigden (fiduciaries) van de schuldeisers en mogen om die reden niet bevoordeeld worden in verband met hun lidmaatschap of hun verplichtingen als commissielid verzaken ten gunste van persoonlijk gewin.63 In de Insolvency Rules is een uitgebreide regeling opgenomen voor het ontvangen van een voordeel van de boedel of het aangaan van een transactie met de boedel door een commissielid. In liquidation is dat niet toegestaan, tenzij de commissie (met uitzondering van het lid met een tegenstrijdig belang) hiermee instemt of de rechtbank hiervoor toestemming geeft.64 In administration is de regeling net iets anders. Een commissielid mag een transactie aangaan met de vennootschap, mits de transactie te goeder trouw en voor een reële prijs wordt aangegaan. Op verzoek kan de rechtbank een regeling treffen ten aanzien van een transactie die hiermee in strijd is.65 Commissieleden ontvangen in beginsel geen vergoeding voor het vervullen van hun taak,66 maar hebben wel recht op een vergoeding van reiskosten.67