Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.4.2:1.4.2 Sociale bescherming van de platformwerker via het mededingingsrecht?
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.4.2
1.4.2 Sociale bescherming van de platformwerker via het mededingingsrecht?
Documentgegevens:
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288374:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het mededingingsrecht staat onder arbeidsjuristen en betrokkenen bij sociaal beleid te boek als een moeilijk te nemen hobbel als het gaat om het toekennen van collectieve onderhandelingsvrijheid aan zelfstandigen. Zelfs bij zogenoemde schijnzelfstandigheid is voorzichtigheid troef, nu dit begrip afkomstig is uit een EU-rechtelijke uitspraak op de grens van het mededingings- en het arbeidsrecht en de inpassing in het nationaal (arbeids)rechtelijk kader geen sinecure is. In hoofdstuk 7 bevestigen Inge Graef en Jasper van den Boom enerzijds deze belemmerende werking van het mededingingsrecht voor zelfstandige (platform)werkers, terwijl zij anderzijds ook inzicht bieden in de mogelijkheden om via het mededingingsrecht platformwerkers beter te beschermen tegen de druk die platforms kunnen uitoefenen. De vaak multinationaal opererende online werkplatforms genieten een asymmetrische onderhandelingspositie ten opzichte van de zwakkere platformwerker, waaraan het mededingingsrecht grenzen kan stellen.
Wat betreft de belemmerende werking van het mededingingsrecht voor sociale bescherming, gaan de auteurs in op zowel initiatieven op Europees niveau als op lidstaatniveau om platformwerkers mogelijkheden tot collectief onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden te bieden. Volgens hen verdient het aanbeveling om op Europees en/of nationaal niveau de positie van de semizelfstandige (platform)werker te verbeteren door duidelijke kaders in te stellen. Dit zou leiden tot aanzienlijk meer rechtszekerheid dan het vertrouwen op principes uit de rechtspraak. Als mogelijkheden noemen de auteurs ingrepen zoals groepsvrijstellingen, prijsregulering of het introduceren van basisrechten, waarbij zij het recht op non-discriminatie na het niet aannemen van een klus noemen en het recht op dataportabiliteit om met dezelfde reputatie bij een concurrerend platform aan de slag te gaan.
Voor het verbeteren van de positie van (echt) zelfstandig opererende platformwerkers ten opzichte van het platform, wijzen de auteurs onder meer op wegen om met behulp van het verbod op prijscoördinatie in het mededingingsrecht in bepaalde omstandigheden af te dwingen dat platforms afzien van het centraal opleggen van tarieven. In dit kader gaan zij ook in op het gebruik van prijsalgoritmes. Hierdoor kunnen binnen platforms zonder menselijke handelingen de prijzen op elkaar afgesteld worden. De auteurs behandelen in dit verband de vraag of de afstemming tussen prijsalgoritmes als een kartel beschouwd moet worden. Ook gaan zij in op de eventuele mogelijkheid om het opleggen van excessieve prijzen (bijvoorbeeld in de vorm van hoge commissies voor Uber-chauffeurs) te bestrijden door dit als een vorm van uitbuitingsmisbruik in het mededingingsrecht aan te merken. De auteurs opperen dat het in wet en avv-cao’s neergelegde minimumloonniveau mogelijk gebruikt kan worden voor het toetsen van de redelijkheid van de commissies. Het lijkt hen niet onredelijk dit als indicator te gebruiken wanneer platformwerkers vergelijkbare activiteiten uitvoeren als werknemers over eenzelfde tijdsspanne. Daarmee kan het mededingingsrecht ingezet worden om de sociale bescherming van platformwerkers te waarborgen, nu (en zo lang als) er geen eenduidige oplossing is voor hun positie onder het arbeidsrecht. Met deze en andere gezichtspunten, laten Graef en Van den Boom zien dat een betere synergie tussen het arbeids- en mededingingsrecht potentieel binnen handbereik ligt op een wijze die de sociale bescherming van platformwerkers bevordert.