Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.5.2.2
5.5.2.2 Elementen
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS369987:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het schrappen van het woord commune door de LOI n° 2001-1168 du 11 décembre 2001 portant mesures urgentes de réformes à caractère économique et financier (MURCEF), wordt algemeen als een slip of the pen beschouwd. Zie Marini-rapport, Senat, N° 703 van 14 september 2010, sub art. 8 en Cour de Cassation, jaarverslag 2009, p. 395.
Door de hiervoor genoemde wijzigingswet MURCEF werd een komma geplaatst voor de zinsnede “pour mettre en oeuvre une politique …[etc.]”, waaruit zou moeten blijken dat deze eis ook geldt inzake de aankoop/verkoop van stemrechten, zie Rapport-Marini, N° 703 (2009-2010) van 14 september 2010, sub art. 8. In gelijke zin Rapport-Chartier, N° 2550 (2009-2010) van 26 mei 2010, p. 130 en Schmidt 2002 (die ook uitgebreid ingaat op een eerdere wet die voor (nog meer) verwarring zorgde, zie nr. 2-3).
Aldus Maison Blanche 2000, p. 82.
CMF, Déc. N° 200C0662 van 3 mei 2000 (Cap Gemini). Zie ook Viandier 2014, nr. 1463 e.v.
Viandier 2014, nr. 1480-1482 en Le Cannu 1992, p. 693. Rechtspraak is schaars op dit punt, zie Laprade 2009, p. 185-186.
Laprade 2009, p. 188 met verwijzing naar de parlementaire geschiedenis.
Viandier 2014, nr. 1461-1462; Le Cannu 1992, p. 693. Andere auteurs betwijfelen of dit laatste wel mogelijk is, zie bijvoorbeeld De Vauplane/Bornet 2001, p. 684.
Art. L. 242-9, 3° CC.
Zie nader hierover Viandier 2014, nr. 1461, Laprade 2009, p. 180-181 en voor de wat oudere doctrine Le Cannu 1992, p. 692.
Décision AMF 207C1202 van 26 juni 2007.
Décision AMF 207C2792 van 13 december 2007.
Zie hierover het Chartier-rapport, N° 2550 (2009-2010), p. 131-132.
Hierover Laprade 2010, p. 118; Schmidt 2009-1, p. 2682 en Schmidt 2009-2, p. 2837-2838.
Vgl. Laprade 2010, p. 118 en Viandier 2014, nr. 1514 (de enkele blokvorming volstaat).
Cour de Cassation 27 oktober 2009, N° 973-975 (Gecina). Dit was de eerste keer dat tot in hoogste instantie is geprocedeerd over de Franse acting in concert-regels, zie Laprade 2010, p. 117.
Zie Viandier 2014, nr. 1524.
Zie uitgebreid het eerder genoemde Chartier-rapport, N° 2550 (2009-2010), p. 131-132 en het Marini-rapport, N° 703 (2009-2010), sub art. 8.
Het consultatiedocument en de reacties zijn niet meer beschikbaar op internet.
In de Senaatscommissie is vergeefs geprobeerd om de voorgestelde zinsnede alsnog te doen schrappen, zie Marini-rapport, N° 703 (2009-2010) van 14 september 2010, sub art. 8bis.
Zie Viandier 2014, nr. 1524 en Le Nabasque 2010, p. 549-550.
Zie het Marini-rapport, N° 703 (2009-2010) van 14 september 2010, p. 47: “Ainsi le contrôle d’une société ne peut se faire que dans le cadre de la mise en oeuvre d’une politique commune.”
Ingevoerd bij Loi n° 2006-387 du 31 mars 2006 relative aux offres publiques d’acquisition.
Zie het Marini-rapport, N° 703 (2009-2010) van 14 september 2010, p. 47.
Viandier 2014, nr. 1526.
Viandier 2014, nr. 1527.
Zie naar aanleiding van de Eiffage-zaak waarin een dergelijke situatie zich voor deed en art. L. 233- 10-1 CC niet werd toegepast Carreau/Letréguilly 2008, p. 2883-2884. In de literatuur wordt overigens wel betwijfeld of de tekst letterlijk genomen moet worden, zie Le Nabasque 2010, p. 549.
Hierover Carreau/Letréguilly 2008, p. 2884.
Dit geldt niet voor zogenaamde concerts dit en étoile, waarbij een partij B contracteert met zowel A als C, zonder dat A en C elkaars contractspartij zijn. De toezichthouder ziet hierin niettemin acting in concert tussen A, B en C, zie het CMF-oordeel van 24 maart 1993 inzake Lagardère Groupe (N° 93-1068), kenbaar uit Viandier 2014, nr. 1432.
Viandier 2014, nr. 1431.
Zie AMF-jaarverslag 2007, p. 129-130 en Viandier 2014, nrs. 1437 en 1554.
Cour d’appel de Paris 2 april 2008: RJDA 6/08, N° 676 (Eiffage). Zie ook Le Cannu 2008, p. 404. Kritisch daarover: Viandier 2014, nr. 1433 en eerder Schmidt/Baj 1991, p. 88.
Cour de Cassation 15 mei 2012. Dit betrof het beroep tegen AMF-boetes wegens schending van disclosure-regels. Aangenomen moet worden dat deze zaak ook van belang is voor de uitleg van de acting in concert-regels inzake de biedplicht, omdat – en voorzover – die elkaar overlappen.
Viandier 2014, nr. 1435.
Décision AMF 207C2792 van 13 december 2007 (Gecina).
Zie LOI n° 89-531 du 2 août 1989 relative à la sécurité et à la transparence du marché financier. Redengevend daarvoor was dat anders de reikwijdte van het leerstuk acting in concert ten onrechte beperkt zou worden, zie Rapport Jolibois/Dailly, N° 340 van 1 juni 1989, p. 73.
Viandier 2014, nr. 1522; Laprade 2009, p. 215; Laprade 2008, p. 653-654 en Boursican/Cardon 2008, p. 28-29.
Cour d’appel de Paris 24 juni 2008 (Gecina), Revues des Sociétés 2008, p. 644-651. Zie hierover Laprade 2008, p. 653-654 en Boursican/Cardon 2008, p. 28-29. In cassatie is dit oordeel overeind gebleven, zie Cour de Cassation 27 oktober 2009, N° 973-975. Zie hierover Schmidt 2009-2, p. 2836.
Als gezegd kent de Franse verplicht bod-regeling twee verschillende acting in concert- definities. Omwille van de overzichtelijkheid worden beide definities afzonderlijk besproken, hoewel zij elkaar deels overlappen.
I. Doel
i. Acting in concert ex art. L. 233-10 CC
Dit is de “algemene” acting in concert-regel, die ook geldt buiten de context van een openbaar bod (zie eerder § 5.5.2.1). Deze ziet op afspraken betreffende de aankoop, verkoop of uitoefening van stemrechten met als doel ofwel het voeren van een gemeenschappelijk beleid (politique commune)1 ten opzichte van de vennootschap of de verwerving van de controle. Afspraken betreffende de aankoop/verkoop van stemrechten worden ook wel aangeduid als accords capitalistique genoemd (zie hierna sub a); afspraken betreffende de uitoefening van het stemrecht als accords politique (zie hierna sub b). De eis van het voeren van een gemeenschappelijk beleid geldt zowel bij de gecoördineerde uitoefening als bij de aankoop/verkoop van stemrechten.2
a. Akkoord inzake de aankoop/verkoop van stemrechten (accord capitalistique)
Naar alle waarschijnlijk is deze categorie voortgekomen uit de wens om ook bepaalde vormen van defensief acting in concert (waarover ook hierna sub ii.b) onder de definitie te brengen.3 De eerste Transparantierichtlijn uit 1988, die aan de acting in concert- definitie van art. L. 233-10 CC ten grondslag heeft gelegen, kende dit geval niet.
Vereist is dat de coördinatie tot uiting komt in het aankoop/verkoop-gedrag. Dat is in ieder geval niet het geval bij de afspraak dat een der partijen zijn belang niet zal uitbreiden; in dit geval ontbreekt de vereiste meerzijdige gedragscoördinatie.4 Evenmin vallen hieronder zuivere koopovereenkomsten; er moet sprake zijn van met de verkoop samenhangende nadere voorwaarden.5 Overigens moeten koop en verkoop ruim worden opgevat6; hieronder valt zowel de overgang van stemrecht (met of zonder het aandeel) alsmede de beneficiaire eigendom.7
Ten slotte, naar Frans recht geldt een strafrechtelijk gesanctioneerd verbod op stemmenkoop.8 De acting in concert-regel inzake accords capitalistique maakt duidelijk dat dergelijke afspraken in de praktijk niettemin voorkomen.9
b. Akkoord inzake de uitoefening van stemrechten om een gemeenschappelijk beleid te voeren of de controle te verkrijgen (accord politique)
De tweede acting in concert-variant in art. L. 233-10 CC is het accord politique, hetgeen niet alleen stemafspraken over een gemeenschappelijk beleid ten opzichte van de doelvennootschap omvat, maar ook stemafspraken met betrekking tot de controle. Die tweede variant is ingevoerd in 2010 naar aanleiding van de ervaringen van de AMF in de zaken Eiffage10 en Gecina11 (zie hierna).12
Gemeenschappelijk beleid
Een gemeenschappelijk beleid ten opzichte van de vennootschap kan in beginsel overal in bestaan. Het gaat om het beleid van het samenwerkingsverband en niet om dat van de vennootschap.13 Het onderwerp van het gemeenschappelijk beleid is niet van belang.14 Een gemeenschappelijk beleid kan ook bestaan in een exit-strategie.15 In aansluiting op het voorgaande is niet vereist dat het gemeenschappelijk beleid ziet op de controle over de vennootschap. Wel wordt algemeen aangenomen dat de controle een van de modaliteiten van een gemeenschappelijk beleid vormt.16
Controle
Bij de toezichthouder AMF ontstond naar aanleiding van de zaken Eiffage en Gecina de vrees dat partijen zouden kunnen samenwerken om een van hen de controle te verschaffen, zonder dat er sprake is van een gemeenschappelijk beleid en dus zonder dat er sprake is van acting in concert.17 In reactie hierop stelde de wetgever voor om een controle-element aan de definitie van art. L. 233-10 CC toe te voegen. Ondanks gemengde consultatiereacties18 werd besloten de voorgenomen wijziging door te voeren.19
Ook in de literatuur wordt betwijfeld of deze wijziging iets toevoegt.20 Als gezegd werd de controle reeds gezien als een modaliteit van een gemeenschappelijk beleid. Om die reden is bij de implementatie van de Overnamerichtlijn afgezien van het opnemen van de controle als bestanddeel.21
ii. Acting in concert ex art. L. 233-10-1 CC
In het kader van de implementatie van de Overnamerichtlijn is een specifieke acting in concert-regeling opgenomen voor openbare biedingen.22 Deze vindt haar rechtvaardiging met name in het feit dat defensief acting in concert niet was geregeld in het algemene art. L. 233-10 CC.23 De specifieke acting in concert-regeling van art. L. 233-10-1 is een aanvulling op, geen vervanging van de algemene norm van art. L. 233-10 CC; in de context van een openbaar bod zijn beide normen van belang.24
a. Controle (offensief acting in concert)
De eerste acting in concert-variant van art. L. 233-10-1 CC betreft samenwerking met de bieder om de controle te verwerven. Voorbeelden die in de literatuur worden genoemd zijn het samenwerken met de bieder inzake de aankoop van aandelen en het in samenwerking met de bieder tegen het optuigen van bescherming stemmen.25 Of de regeling ook van toepassing is in de situatie waarin de verplichting om een bod uit te brengen bestaat, maar nog geen bod is uitgebracht, is onduidelijk.26
b. Dwarsbomen van het welslagen van een bod (defensief acting in concert)
De tweede acting in concert-variant van art. L. 233-10-1 CC betreft het defensieve acting in concert, i.e. samenwerking met de doelvennootschap teneinde een bod te dwarsbomen.27 Het praktische nut hiervan is beperkt omdat de verplicht bod-regeling van art. L. 433-3 CMF jo art. 234-2 RG niet ook naar art. L. 233-10-1, maar enkel naar art. L. 233-10 CC verwijst (zie eerder § 5.5.2.2). Dus slechts voorzover defensief acting in concert tevens kwalificeert als een accord capitalistique dan wel een accord politique kan er een biedplicht ontstaan.
II. Vorm
Voor acting in concert is steeds een akkoord vereist.28 In de literatuur wordt betoogd dat hieronder moet worden verstaan een “convention” zoals gedefinieerd in art. L. 1101 CC.29 Er gelden geen vormvereisten. In de Eiffage-zaak baseerde de AMF haar oordeel dat er sprake was van een akkoord op een veelheid aan omstandigheden.30 Het Cour d’appel de Paris oordeelde in diezelfde zaak dat een afspraak zonder bindende werking toch een akkoord vormt in de zin van de acting in concertregeling.31 Het Cour de Cassation ging daarin mee.32 In het verlengde van het voorgaande kan bij ongeldigheid van de overeenkomst desalniettemin sprake zijn van acting in concert zodra er sprake is van een begin van uitvoering.33
In Gecina besliste de AMF, hetgeen ook in cassatie overeind bleef, dat de door de grootaandeelhouders nagestreefde splitsing enkel bereikt kon worden door samenwerking en oordeelde zij mede op deze grond dat partijen een overeenkomst moeten hebben gesloten.34
III. Duur
De verplicht bod-regeling zwijgt over de voor acting in concert vereiste duur van de samenwerking. Het element van het gemeenschappelijk beleid (politique commune) is uit de Transparantierichtlijn overgenomen zonder het in die richtlijn opgenomen duurzaamheidsvereiste.35 Toch is de duur van de samenwerking van belang. In beginsel veronderstelt een gemeenschappelijk beleid min of meer duurzame samenwerking.36 Maar, dat laat onverlet dat dit gemeenschappelijk beleid zich ook tijdelijk kan manifesteren.37