Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.7.3:2.7.3 Secundair EU-recht
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.7.3
2.7.3 Secundair EU-recht
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399455:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lidstaten van de Europese Unie moeten Europees vastgestelde richtlijnen (en verordeningen) implementeren in hun nationale wetgeving. De Moeder-dochterrichtlijn, Fusierichtlijn en de recent aangenomen Antibelastingontwijkingsrichtlijnen1 hebben het meeste impact op de winstbelasting van lichamen. De Moederdochterrichtlijn gaf de EU-lidstaten de opdracht hun wetgeving zodanig aan te passen dat vanaf 1 januari 1992 in kwalificerende grensoverschrijdende moeder-dochterverhoudingen dividenden bij de EU-dochtermaatschappij niet meer met een bronbelasting zouden worden belast en bij de moedermaatschappij voor deze dividenden een tegemoetkoming ter voorkoming van internationale dubbele belasting wordt gegeven via de vrijstellings- dan wel de creditmethode.2 In 2014 is de Moeder-dochterrichtlijn voor het laatst gewijzigd en is er een algemene antimisbruikbepaling in de Richtlijn opgenomen en een bepaling ingevoerd om hybride mismatches tegen te gaan. Op de Moeder-dochterrichtlijn zal nader worden ingegaan in hoofdstuk 8. De Fusierichtlijn is van toepassing op juridische fusies, juridische splitsingen, aandelenfusies en bedrijfsfusies. De Fusierichtlijn bepaalt dat in alle genoemde gevallen vanaf het jaar 1992 ter zake van de fusie of splitsing geen fiscale afrekening dient plaats te vinden, indien is voldaan aan een aan- tal voorwaarden. Gevolg hiervan is dat de fiscale claims zowel op het niveau van de aandeelhouder als op het niveau van de fuserende of splitsende vennootschap (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) worden doorgeschoven. Op de Fusierichtlijn zal ik nader ingaan in hoofdstuk 10. De Antibelastingontwijkingsrichtlijnen zal ik uiteenzetten in hoofdstuk 2.7.4.2 en indien relevant in de desbetreffende hoofdstukken. Andere Europese richtlijnen en verordeningen blijven in dit onderzoek onbesproken.