Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/4.1:4.1 Inleiding
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947875:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Elzinga, Kummeling en Schipper-Spanninga wijzen erop dat ‘evenredige vertegenwoordiging’ strikt genomen slechts betrekking heeft op de in een kiesstelsel gebruikte kiesformule (het vertalen van stemmen naar zetels), en dus slechts één aspect is van het kiesstelsel. Andere aspecten zijn de wijze van districtsindeling en de te volgen stemprocedure. Zie Elzinga, Kummeling & Schipper-Spanninga 2012, p. 39.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het kiesstelsel bepaalt hoe de door de kiezers uitgebrachte stemmen worden vertaald naar Kamerzetels en is dus ook een uitgangspunt voor verkiezingsregulering. De grondslag van het Nederlandse kiesstelsel wordt gevormd door artikel 53 Gw, waarvan het eerste lid luidt: ‘De leden van beide kamers worden gekozen op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen.’1 Dit hoofdstuk onderzoekt de keuzes die aan de vormgeving van het Nederlandse kiesstelsel ten grondslag liggen. Allereerst behandel ik de achtergrond en totstandkoming van het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiging (paragraaf 4.2). Vervolgens ga ik in op twee kenmerkende aspecten van het Nederlandse kiesstelsel, te weten het lijstenstelsel (paragraaf 4.3) en de regeling omtrent voorkeurstemmen (paragraaf 4.4), waarna mogelijke grenzen van evenredige vertegenwoordiging, in de vorm van een kiesdrempel en kiesdistricten, aan de orde komen (paragraaf 4.5). In paragraaf 4.6 maak ik enkele afsluitende opmerkingen.