Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.2.4.4:12.2.4.4 Niet voldoen aan de inhoudelijke vereisten en sanctie
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.2.4.4
12.2.4.4 Niet voldoen aan de inhoudelijke vereisten en sanctie
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940711:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 12.2.3.2.
Zie ook: Feteris 2002, p. 210 en p. 225.
HR 19 december 1990, BNB 1991/176, r.o. 4.9.4.
Waarbij ik voor de volledigheid aanteken dat de mededeling op dat moment moet zijn gedaan in een voor de boeteling begrijpelijke taal. Ook schendingen van dat vereiste betekenen dat de boete moet worden vernietigd, zie Hof Arnhem 7 februari 1991, V-N 1991, p. 1807.
Zie paragraaf 12.2.5.1 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het niet voldoen aan de inhoudelijke vereisten van de mededelingsplicht brengt, evenals het schenden van de tijdigheidseis,1 algeheel verval van de boete met zich. Er is dus niet alleen sprake van een fatale termijn, maar ook van onherstelbare verzuimen: de inspecteur heeft geen reparatiemogelijkheid.2 De Hoge Raad overwoog in dit verband in één van de kernarresten dat niet aan de inhoudelijke vereisten van de mededelingsplicht was voldaan, en merkte vervolgens op dat die conclusie overeind bleef, ook ‘wanneer de belastingplichtige nadat het aanslagbiljet hem heeft bereikt nog informatie ontvangt over de gronden waarop de verhoging berust.’3 Uiterlijk op het fatale moment moet er een mededeling zijn gedaan die voldoet aan de inhoudelijke vereisten.4 Is dat niet gebeurd, dan moet algeheel verval van de boete volgen. Uit het BBBB blijkt dat de beleidgever de fatale gevolgen van het schenden van de mededelingsplicht goed op het netvlies heeft staan.5 De voorgeschreven kennisgeving bij vergrijpboetes moet ‘om iedere twijfel over de nakoming van deze verplichting uit te sluiten’, altijd schriftelijk gebeuren, hoewel er op zichzelf geen vormvoorschriften gelden.6