De systematiek van de vermogensdelicten
Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/3.1:3.1 Inleiding
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 juni 1943, NJ 1943/559. Ik ben me ervan bewust dat dit citaat afkomstig is uit een arrest uit een periode waarin een frase als ‘de in de maatschappij levende overtuiging’ met de nodige behoedzaamheid moet worden gelezen. De aangehaalde passage laat zien dat de Hoge Raad wel wenste vast te houden aan de strekking van de wet. Voor het overige geldt dat de overweging zoals uit het vervolg moge blijken een treffende karakteristiek vormt van ook de naoorlogse jurisprudentie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
“(…) O. dienaangaande:
dat de Hooge Raad zeer zeker de mogelijkheid aanwezig acht, dat een in de wet voorkomend woord of begrip in den loop der tijden van beteekenis en feitelijken inhoud verandert, zoodat, met behoud van de aan het artikel ten grondslag liggende algemeene strekking, feiten onder het artikel vallen, die er vroeger niet onder vielen, met het gevolg, dat de rechter eene uitspraak kan geven, die met de in de maatschappij levende overtuiging betreffende het strafwaardige van bepaalde feiten ten volle rekening houdt; (…)”1
Het huidige Wetboek van Strafrecht dateert uit 1886 en is inmiddels dus 130 jaar oud. De strafbaarstellingen van de vermogensdelicten – waaronder hier diefstal, afpersing, verduistering en oplichting worden verstaan – zijn sindsdien niet wezenlijk veranderd. In dit en het volgende hoofdstuk staat de vraag centraal wat er van het oorspronkelijke stelsel van vermogensdelicten is overgebleven in de jurisprudentie. In dit hoofdstuk worden daartoe de vier afzonderlijke bepalingen besproken. Daarbij wordt stilgestaan bij de vraag wat de onderscheidende bestanddelen zijn van diefstal, afpersing, verduistering en oplichting. Voorts wordt onderzocht hoe deze bestanddelen zich in de loop der tijd hebben ontwikkeld. In het volgende hoofdstuk komen grensgevallen en overlappingen aan de orde.