Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.4.b.iii:6.3.4.b.iii Samenvatting analyse
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.4.b.iii
6.3.4.b.iii Samenvatting analyse
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466460:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie alinea 891 hiervoor.
Zie alinea 895 hiervoor.
De referte vormt derhalve niet meer dan een bevestiging van de lex loci protectionis-conflictregel in art. 5 voor het volgrecht (zie par. 5.3.2 onder (b)(ii)). Over de toepasselijkheid van de lex loci protectionis op de vraag wie het volgrecht geniet na de dood van de auteur, zie alinea 1065 hierna.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
901. Samenvatting. Tezamen genomen gaat het in artikel 14ter lid 2 derhalve om een absolute materiële-reciprociteitstoets, waarbij van de lex auctoris wordt geëist dat zij in het concrete geval een volgrecht erkent. De laatste bijzin van deze bepaling ("en in de mate waarin de wetgeving van het land, waar deze bescherming wordt ingeroepen, het toelaat"), zo is gebleken, heeft een tweeledige betekenis.
Enerzijds postuleert zij een voorbehoud voor de nationale wet1, anderzijds sluit zij een relatieve materiële-reciprociteitstoets uit.2 Verder reikt zij niet. Met name is haar referte aan de wetgeving van het land, waar de bescherming wordt ingeroepen, geen zelfstandige verwijzing naar de lex loci protectionis: toepasselijkheid van de lex loci protectionis vloeit immers reeds voort uit het beginsel van nationale behandeling, nu het volgrecht een recht in de zin van artikel 5 lid 1 is.3