Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/12.6.2:12.6.2 Betrouwbaarheidsdrempel?
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/12.6.2
12.6.2 Betrouwbaarheidsdrempel?
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Laudan 2006.
Zie daarover meer in detail het boek van Comb (2010).
ICTY Appeal Chamber 23 oktober 2001, nr. IT-95-16-A (Public Prosecutor t. Kupreškic e.a.), § 334, instemmend aangehaald door de Nederlandse rechter in de WIM-zaak Basebya van de Rb ’s-Gravenhage 1 maart 2013, LJN BZ4292.
The Law Commission, Expert Evidence in Criminal Proceedings in England & Wales, no. 325, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is geconstateerd dat de rechter een grote waarderingsvrijheid heeft en dat deze mede voortkomt uit het ontbreken van standaarden voor de toetsing van de kwaliteit van bewijsmateriaal. Een antwoord op de vraag hoe betrouwbaar of geloofwaardig een getuigenverklaring als geheel moet zijn om voor het bewijs te worden gebruikt, is niet te vinden. Het antwoord is echter wel van belang voor de vraag of het opportuun is om beweringen uit de verklaring te selecteren en die vervolgens voor het bewijs te gebruiken. Er kunnen in dit opzicht twee uitersten worden onderscheiden. Het ene uiterste is dat een concreet bewijsstuk alleen tot het bewijs mag bijdragen indien buiten redelijke twijfel vaststaat (of de rechter overtuigd is) dat de inhoud daarvan een accuraat beeld geeft van de werkelijkheid. Hiervan is in de literatuur reeds betoogd dat dit een te hoge standaard is. Als de bewijsstandaard die geldt voor de beslissing als geheel, wordt geprojecteerd op de individuele bewijsmiddelen, dan kunnen veel aangebrachte zaken niet meer worden bewezen terwijl bezien vanuit alle bewijsmiddelen tezamen er geen aanleiding bestaat om redelijkerwijs te twijfelen aan de schuld van verdachte.1 Het andere uiterste is dat al het bewijsmateriaal dat steun biedt aan de tenlastelegging, mag worden gebruikt. Een dergelijke holistische benadering wordt bijvoorbeeld voorgestaan door de Kamer van beroep in het Joegoslavië-tribunaal, waar men te kampen heeft met veelal getraumatiseerde getuigen en lastige problemen op het vlak van de communicatie.2 De opvatting van de Kamer van beroep komt in de volgende overweging helder tot uitdrukking:
‘(...) the Appeals Chamber emphasised the importance of assessing the credibility of a witness in light of the trial record as a whole. The Appeals Chamber has reiterated the importance of such a holistic approach to assessing credibility within its own jurisprudence: A tribunal of fact must never look at the evidence of each witness separately, as if it existed in a hermetically sealed compartment; it is the accumulation of all evidence in the case which must be considered. The evidence of one witness, when considered by itself, may appear at first to be of poor quality, but it may gain strength from other evidence in the case.’3
Eerder werd al betoogd dat er risico’s kleven aan een dergelijke benadering. Het is niet verkeerd om de eis die wordt gesteld aan de mate van geloofwaardigheid te relateren aan het gewicht daarvan in de bewijsconstructie. Veel matig diagnostisch bewijs kan een solide constructie opleveren. Als de bewijsconstructie in belangrijke mate rust op de verklaring van één getuige dan moeten daar vanzelfsprekend hogere eisen aan worden gesteld dan als er meerdere verklaringen voorhanden zijn. Echter, de vraag is wel of er niet een zekere drempel zou moeten gelden, wil een verklaring of herkenning mogen meetellen en wil het mogelijk zijn om uit de verklaring passages te selecteren. Deze discussie speelt bijvoorbeeld ook bij het deskundigenbewijs. Zo heeft de Law Commission in Engeland ten aanzien van deskundigenbewijs bepaald dat ‘the expert’s opinion evidence must (...) satisfy a threshold of acceptable reliability’.4 Het stellen van concrete drempelwaarden bij getuigenverklaringen lijkt echter niet realistisch omdat de bewijswaarde zich niet laat kwantificeren. Het voorgaande geeft wel aanleiding om te zeggen dat wanneer er echt iets fundamenteel fout is gegaan in de procedure, ofwel ter zake van de herkenning ofwel tijdens het verhoor, dat de afgelegde verklaring niet zou mogen worden gebruikt.