Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.7.1:1.7.1 Verbintenissen en derden
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.7.1
1.7.1 Verbintenissen en derden
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS198040:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BW Boek 6, Titel 5, Afdeling 4; Asser/Sieburgh 6-III 2018/514.
BW Boek 6, Titel 5, Afdeling 4 houdt uitzonderingen in, onder meer voor het derdenbeding (art. 6:253 BW).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[44] Uitgangspunt in het overeenkomstenrecht is, dat een overeenkomst alleen verbintenissen in het leven roept voor de partijen bij die overeenkomst.1 In dat kader zijn derden degenen die geen partij zijn bij de overeenkomst. Over de precieze afbakening tussen ‘partijen’ en ‘derden’ is gediscussieerd.2 Het gaat mij hier om niet om een definitie van het begrip derde in het verbintenissenrecht. Het gaat erom de inhoud van het begrip aan te duiden, ter onderscheiding van de inhoud die het woord derde in andere rechtsgebieden heeft. Daarvoor kan worden volstaan met de volgende omschrijvingen. Partij is degene die rechtstreeks of door middel van een vertegenwoordiger de overeenkomst is aangegaan.3 Voor derden brengt de overeenkomst in beginsel geen rechten of plichten mee.4
Een verbintenis roept een rechtsbetrekking in het leven tussen de partijen die haar aangaan. Die partijen worden ook wel aangeduid met partij en wederpartij. In het geval van een overeenkomst wordt ook gesproken van contractpartners. De wederpartij en de contractpartner zijn geen derde in het kader van de verbintenis.