Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.7.4:8.7.4 Conclusie
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.7.4
8.7.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180382:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de administratie daadwerkelijk een hulpmiddel voor het besturen en beheersen van de rechtspersoon te laten zijn, is het noodzakelijk dat op elk willekeurig moment gedurende het jaar de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon uit de administratie kunnen worden gekend. Dat betekent niet dat de administratie dagelijks moet worden bijgewerkt maar wel dat de relevante feiten onverwijld worden verwerkt in de administratie. Uitgangspunt daarbij is dat, afhankelijk van de omvang van de administratieplichtige, maximaal enkele dagen tot enkele weken vertraging aanvaardbaar kan zijn. Bovendien moet de administratieve organisatie, gezien de aard en omvang van de rechtspersoon, zodanig zijn dat uit de in de administratie verwerkte financiële feiten tezamen met de onderliggende stukken en overige relevante bescheiden te allen tijde de rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. Een administratie die aan deze eisen voldoet, kan daadwerkelijk functioneren als een hulpmiddel voor het besturen, beheersen en het doen functioneren van de rechtspersoon, en het afleggen van verantwoording daarover.
Gezien de functie van de administratie als hulpmiddel voor het besturen en beheersen van de rechtspersoon, ligt het voor de hand dat het achteraf reconstrueren van de administratie niet kan leiden tot de conclusie dat de administratie deze functie te allen tijde heeft gehad. Reconstructie achteraf betekent dat gedurende de periode waarover de reconstructie noodzakelijk is, geen sprake was van een situatie dat te allen tijde de rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
Om te kunnen concluderen dat een administratie niet voldoet aan de eisen van artikel 2:10 BW is het belangrijk om voor ogen te houden dat administratieve perfectie niet het doel van de wetgever was bij de invoering van artikel 2:138 lid 2/2:248 lid 2 BW. Het doel was om het de curator eenvoudiger te maken malafide bestuurders aan te spreken wegens de schuldige verwaarlozing van de bestuurstaak. Een enkele fout of onvolkomenheid in de administratie betekent niet dat daarvan sprake is. Niet elke fout of onvolkomenheid rechtvaardigt de conclusie dat artikel 2:10 BW zodanig is geschonden dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Wanneer een dergelijke fout of onvolkomenheid kwalificeert als een onbelangrijk verzuim in de zin van artikel 2:138 lid 2/2:248 lid 2 BW is van schuldige verwaarlozing van de bestuurstaak geen sprake.