Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.3.1:9.2.3.1 Op verzoek; beperkte terugwerkende kracht van maximaal drie maanden
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.3.1
9.2.3.1 Op verzoek; beperkte terugwerkende kracht van maximaal drie maanden
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394734:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een fiscale eenheid ontstaat niet van rechtswege, doch slechts op verzoek van de desbetreffende belastingplichtigen. Vennootschappen kunnen dus – mits zij aan de voorwaarden voldoen – zelf bepalen of zij een fiscale eenheid willen vormen of niet. Wensen belastingplichtigen een fiscale eenheid te vormen, dan dienen zij daartoe een verzoek in te dienen bij de ten aanzien van de moedermaatschappij competente belastinginspecteur en wel binnen drie maanden na het gewenste voegingstijdstip (art. 15 lid 9 Wet VPB 1969). Er is dus een beperkte terugwerkende kracht van maximaal drie maanden mogelijk. De belastinginspecteur beslist vervolgens op dit verzoek bij beschikking, waarin hij al dan niet een fiscale eenheid toestaat (art. 15 lid 12 Wet VPB 1969). Tegen deze beschikking (of het uitblijven ervan) kunnen belastingplichtigen in bezwaar en vervolgens in beroep gaan.
Binnen een concern zijn meerdere fiscale eenheden denkbaar alsook dochtervennootschappen die geen deel uitmaken van een fiscale eenheid. Een dochtervennootschap kan slechts met één moedermaatschappij een fiscale eenheid vormen voor de Nederlandse VPB. Omdat het aandelenbezit van een gevoegde dochter wordt toegerekend aan de moedermaatschappij (omdat die gevoegde dochter immers geacht wordt te zijn opgegaan in de moedermaatschappij) is het ook mogelijk dat kleindochters en lichamen nog “lager’’ in het concern deel uitmaken van een fiscale eenheid. Er kan geen fiscale eenheid gevormd worden tussen alleen een in Nederland gevestigde moeder- en kleindochtermaatschappij, als ook de dochtermaatschappij in Nederland gevestigd is.
Blijkens art. 15 lid 10 Wet VPB 1969 eindigt een fiscale eenheid in de gevallen dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan. Bij een fiscale eenheid met meerdere dochtermaatschappijen, waarbij bijvoorbeeld de aandelen in een van die dochtermaatschappijen worden verkocht, verbreekt de fiscale eenheid slechts ten aanzien van die ene dochtermaatschappij en niet ten aanzien van de andere dochtermaatschappijen. De fiscale eenheid wordt minimaal voor een periode van één boekjaar aangegaan. Als voeging van een dochtermaatschappij plaatsvindt gedurende een boekjaar en de ontvoeging plaatsvindt in hetzelfde boekjaar wordt namelijk verondersteld dat de fiscale eenheid niet tot stand is gekomen (art. 15 lid 11 Wet VPB 1969).